Blijf op de hoogte van nieuwe schrijfsels via mail of via RSS. Neem een kijkje in mijn boekenkast of spellenkast.

 




Ick weet niet wat het is met onse Nederlanders,
Want nevens hare taal soo spreken sy noch anders,
   Het is haar niet genoegh te spreken hare taal,
   Sy spreken Frans, end' Schots, Latijn, end' als de Waal.

Sy weten 't als een kock te menghen, end te scherven,
Om soo quansuys wat eers by and're te verwerven,
   De eene seyd, bon jour, mijn Heer, de and're weêr
   Seyd bona dies, Heer, end' swets soo even seer.

De grace, neen Monsieur, excuse moy sy spreken,
End doen niet anders als wat Frans den hals te breken,
   Dan koomter oock Señor, end' maackt den Spaanschen geck,
   In plaatse van voornoemd, is ditto nu den treck.

Van waar koomt ons dit toe te menghen soo de talen,
End' dan van dees' een woord, end' dan van die te halen,
   Is 't schaarsheyd in de taal? verwert ons die de spraack?
   Neen, d'hooghmoed die ons quelt is oorsaack van de saack.

- Adriaen Hoffer (1589 - 1644)

Schrijfsel
2 minuten

Ach, vermageren. Een kind kan de was doen, appeltje-eitje. Het is niets doen, de afwezigheid van activiteit: niet eten. Het is ontspannen, een wandeling in het groen, dopamine genereren in een zweterige sportschool. Lekkere, knapperige groenten eten en heerlijk fris bronwater drinken. Dansen, goed slapen, ginnegappen.

Niet zo licht wordt het leven gedragen door de doorzetters. Zij die met ware toewijding hamburger na vettige hamburger binnenwerken. Zij die na de voldoening eigenlijk nog maar begonnen zijn met vreten. Zij die een halve zak chips niet als halfvol, noch halfleeg beschouwen, maar als moet en zal leeg. Zij die stampen en grauwelen, spekelen en grommelen, het vet van de lippen en kaken druipend. Zij die helden zijn. Zij die gaan sterven, maar niet groeten.

Het zijn de vrouwen en de mannen die Herculeaanse inspanningen leveren, daarbij hun lever, maag, darmen niet ontziend. Als iedereen de laatste pint heeft gedronken, en op een treffelijk uur naar huis aanzet, dan komen zij tot leven. Noem het geen drinken, het mag zelfs geen zuipen meer heten, het is een heilig devotie aan alles wat calorie- en alcoholrijk is. Zij worden niet dronken, enkel des te vastberaden. Het café moet droog.

Lethargie, stilzitten, eten, drinken en met holle ogen staren in de diepte. Dat is vermoeiend, dat is lastig. Ik zou het zo'n marathonlopertje wel eens voor mekaar willen zien te krijgen. Je kan niet eens sneller lethargieën, harder stilzitten. Het duurt wat het moet duren. Het duurt eindeloos. Ik zou zo'n komkommerwaterdametje wel eens een Duvel willen zien binnentrekken in twee grote slokken, en dan nog vijftien. Ik zou wel eens zo'n fitnessboy zijn donkere gedachten niet met sport, maar met boter en nog meer donkere gedachten willen zien bestrijden.

Vettig haar, het weke vlees, de ware vedette herken je zo. Geen tien-in-een-dozijn-pluimpje-spiertje, maar unicums, weegschaalverslindende mastodonten, onsterfelijke lieden gebeeldhouwd van suiker, vet en zout. 

Schrijfsel
1 minuut

De bar is leeg / en vol met mensen. Niet treffender dan Paul van Ostaijen begroette iemand de bedwelmende tristesse die zich doorheen de geur van verschaald bier wurmt en de laatste barvliegen omhelst als een oude vriend. De wereld hierbinnen is triest en banaal en groots, grotesk, voor sommigen. En morgen is onverbiddelijk. 

En als nadien dan 'Romeo and Juliet' speelt, Mark Knopflers mooiste, voor de zevenduizendste keer, en als zijn stem breekt. Je hebt te weinig geslapen, te veel bier gedronken misschien, en die wiegestoel helpt ook al niet. Ook dan gaat het eigenlijk enkel over dromen en beloftes en alles van toen je jong was en liefde, zoals altijd. Maar om de toekomst te verzinnen moet je je verleden uitwissen. Het wil niet, anders.

Zoals je vroeger was, zal je nooit meer zijn. Niet eens zoals in Herakleitos' rivier, eenvoudiger gewenst, moeilijker te verzinnebeelden. Nieuw zou het beste zijn, nieuw en onbeschreven, een verse volle vrucht. Zonder laagjes, zonder rijm. Banaal en smakeloos, zoals de meeste boeken, zoals de meeste platen, zoals de meeste mensen. De rest is stilte, aan het einde van alle dagen.

Schrijfsel
1 minuut

Het huis is niet voldoende en het werk is niet voldoende en het loon is niet voldoende, natuurlijk niet. Alle lieve vrienden, alle lieve woorden, alle lieve ouders en zussen, ersatzbroers, drinkebroers, wapenbroeders. Het is niet genoeg. Er is geen einde voor zulk begin, geen voorwaarts voor zo'n einde.

Het was kairos en fatum, verstrengeld in een gruwelijke dans. De spot, de verdorde vijgenboom een contrapunt, nog steeds zichtbaar in de ooghoeken. 

Verwachtingen klinkt het verdict. Maar da's iets voor jonge mannen die onze boeken niet lazen.

Enkel maar mis ik je en wat we samen aan het worden waren, enkel maar kus ik je en ik voel je glimlach op mijn lippen.

Jij en ik, mompel ik, wat denk je?

Schrijfsel
1 minuut

De bladeren verkleuren bruin en grijs, er wordt niet meer gezongen in de huizen. Luister niet naar de oorlogstrom. Eerlang wordt het stil, zoals in de huizen van weldra en de bruine boom, de dode boom. Er zijn veranderingen op komst, van hardvochtige regels, van een hardhandig uithollen. Van toorn en furie en haat, in ijzer gewrochte haat.

Maar zij komt eraan. Zij komt eraan, zij komt terug. Zij graaft genade in de harten en heilig is zij, tot heiligheid verheven door mens en regen. Alles is heilig in die dagen dan, en toegestaan. Zij komt eraan, zij komt terug.

Hoe de bedoelingen zich tonen, als zwavel en pek gebrand in de gedachten van het dorp, niet eender aan de woorden die in de stam gekerfd staan. Een wreed gelaat staart de heide aan vanuit de storm die boven samenpakt. Het smelt en druppelt de huizen binnen en overstroomt de dorpels.

Daar staat een boom, op dat eiland, de eenzaamste boom ter wereld.

Schrijfsel
2 minuten

De krant telt een stuk of veertig pagina's, het dubbele daarvan in het weekend. Men koopt die krant voor de 'artikels die hen interesseren', want wie leest er elke dag een krant van voor naar achteren, en wie van die laatsten zou bovendien kunnen beweren dat ze het nieuwswaardige, het belangrijke nieuws er voor zichzelf kunnen uitfilteren, dat geldt trouwens ook voor de berichtenjagers die zichzelf daartoe wel in staat achten. Hetzelfde verhaal in de nieuwsuitzendingen die in verschillende journalen volgepropt worden met onnieuws, en te lange stukken over zaken die mensen willen horen, maar niet hoeven te horen. Nieuws en informatie wordt niet verzwegen, maar verdronken.

Dat is uiteraard de modus vivendi op het internet, waar geautomatiseerde agenten, idioten, complotdenkers en mensen die het goed menen maar het ware niet meer kunnen onderscheiden mekaar overschreeuwen in petabytes aan onzinnig, kwaadaardig gedram. Dit geheel creëert uiteraard nog meer idioten, complotdenkers en mensen die het goed menen maar het ware niet meer kunnen onderscheiden. Hoevelen zijn er hun geloof in de wetenschap verloren omdat ze niet meer begrijpen hoe consensus binnen de wetenschappen werkt. Hoevelen verloren hun vertrouwen in de rechtstaat omdat ze te weinig kennis hebben over het rechtssysteem waarbinnen wij functioneren en de scheiding van de macht die zo belangrijk is om die machten in balans te houden. Zelfs onze politici beseffen dat nog amper, zo blijkt week na week.

Hoe leven wij in een wereld waarin we verslaafd zijn geraakt aan dat rumoer, waar in cafés de muziek te hard staat, iedereen mekaar noodgedwongen staat toe te schreeuwen als ze even niet aan hun eigen schermpje zijn gekluisterd, en bovendien de tv om aandacht schreeuwt, tv's, soms. Ziehier de reizen die wij maken, de dagen beleefd door de lens, in de wanhopige zoektocht naar authenticiteit waarbij we ons vastklampen aan alles wat een halfbakken 'inheems' uitademt, waarbij we toch trots mogen zijn dat het dankzij onze gulle handen is dat zij het uithouden, op die vierkante meters bluf, op die momenten waarop zij zelf niet aan het Netflixen zijn. We zijn verslaafd aan het rumoer, dat zichzelf belooft en verwekt.

Breekbaar is die stilte waarin mensen met elkaar praten, zij jaagt ons angst aan zoals geen tweehonderdduizend manschappen aan de grens met Oekraïne dat konden.

Leesvoer

Eco blijft even scherp als altijd, ook tien jaar na zijn overlijden. Bundeling van essays die vandaag (en gisteren) onontbeerlijk zijn (en waren) om te begrijpen wat er aan het gebeuren is in de wereld.

Schrijfsel
2 minuten

Dra verzeilen wij in een wereld die het perverse midden houdt tussen 1984, Brave New World en Lord of the Flies. Dan wordt de keuze voor een bestaan, en de wijze waarop, die tussen de pest en de cholera, tussen de geïnfecteerden en geaffecteerden, zoals daar zijn Stefan Hertmans, weliswaar een begenadigd schrijver, maar je mag hem niet horen spreken. L'enfer c'est les autres, weet je wel, en je bent zelf ook al geen pretje.

Het is een keuze voor de kleinburgerlijkheid, waartoe wij allen bij voorbaat veroordeeld lijken. Een leven waarvan de scherpe kantjes af geveild zijn, waar besognes over rentes en gazononderhoud primeren. Betekenis en ervaring wordt bepaald door marktwerking, originele gedachten zijn verloren energie - of het zouden echt originele gedachten moeten zijn die niets met feitelijkheid te maken hebben maar die wel door het bewind van dat moment als wenselijk worden gezien. Of dan toch een waarlijk, oprecht leven, met heldere ogen en tranen in de storm. Maar daar is niemand klaar voor, ik allerminst.

Aanmodderen dan maar. En het hoofd buigen en de ogen sluiten en met was in de oren, vastgebonden aan een mast, naar mooie vrouwen kijken die de jouwe niet zullen zijn, en wat zou het ook, ze spreken niet dezelfde taal, toch niet tussen de lijntjes, en het weerwoord laten en het denken laten en het doen laten en het braaf knikken en klagen over de schapen die als mensen door het leven dartelen maar jij weet het echt. Ledigheid niet, leegheid.

Ere aan de techbros, de puberale gangster-wereldleiders, de kapitalisten, conformisten, alpha males, crypto-adepten, ramptoeristen, fundamentalisten van alle geurtjes, fanatici van alle kleurtjes. Zij leiden ons naar een prachtige, blinkende, goudvergulde, nieuwe kleine wereld.

Schrijfsel
3 minuten

Van oudsher was het voor de goegemeente te Mdina, de Oude Stad, de Nobele Stad, heel gewoontjes om, na het ochtendlijke verpozen met een beker geitenmelk gezoet met Fenicische honing, met de melksnor nog trots glimmend op de bovenlip, een gezapige boekenverbranding bij te wonen. Nu wil het triestige feit dat er op dat hele verrekte eiland, en ook niet op de minuscule klip ten noorden ervan of die iets-grotere-maar-nog-altijd-kleinere-dan-de-onze rots die daar nog eens een steenworp verder werd gekwakt door een of andere voormythologische oerfeniks, ook maar één enkele boom te vinden was, wat het verbranden van boeken (en trouwens ook het produceren ervan) behoorlijk onhandzaam maakt. Dus keilden ze de profane woorden simpelweg de baren in. Je hoorde ze dan iets mompelen ala 'proteïsche offerande' of 'dat eet toch geen brood', en weg waren ze.

De lokale hotemetoten hadden verder niets meer op de planning staan, de hele volgende dag lag open en vrij en leeg naar hen te lonken, het jaagde hen angst aan tot in de kleinste puntjes van hun ondermaatse geslachten, het was te zien aan de lelijke hoofden van het al even teleurstellende kroost dat aan hun broekspijpen hing te jengelen. Zodoende zwalkte men naar de lokale handelaar in verse medes en andere fermentatiebrouwsels, die het gezelschap met een diepe zucht wees op het verbod op belachelijke hoofddeksels in zijn etablissement. Driekantige steken, fedora's, kepies, beanies, bolhoeden en tiara's werden in een kluwen achtergelaten zodat het vergeten van de dag een aanvang kon nemen. Alle driekantige steken, fedora's, kepies, beanies, bolhoeden en tiara's? Neen, één moedige hoedenfanaat stond vastig, verloor bijgevolg zeven tanden van de (in die tijd nog) zevenenveertig, en opende niet veel later een kleine negotie in breedkoppige panfluiten.

Veel later (op een tijdschaal van uren, geen maanden, nooit maanden, de laatste keer dat ik nog eens over maanden schreef is duizenden uren geleden) rolde men de meute verzopen hoogwaardigheidsbekleders in een fijn Perzisch tapijt, de heuvel af, de ferry in, de ferry uit, de heuvel op. De ferry zou die dag wegens een onstuimige zee - een niet aanvaarde proteïsche offerande, allicht - niet uitvaren. Maar, zo protesteerden de bonzen, geen ferry, geen aanwezigheid bij de boekverzuipingen! En voor onze job is dat nogal belangrijk, zegden ze tegen de waard - mekaar zonder enige ironie aankijkend, al zou jij dat niet kunnen begrijpen, zegden ze tegen de arme man. Hutjemutje in het karpet schenen de gensters van het haardvuur die avond sterren in hun ogen. Hoe dat haardvuur daar dan zo kwam, zonder hout, dat zijn uw zaken niet, beste lezer.

Schrijfsel
3 minuten

Prent het in je troebele hoofd, het aantal stappen op de route keuken - zetel, de trap naar de slaapkamer, in het donker en twee grote sprongen boven, daar liggen de afdrukken nog van de lijven waaruit je gevormd werd, de afdrukken van insomnia en zweetbadend wakker schrikken uit dromen die je niet durft te duiden omdat je moeder je anders weleens naar de hersenkraker zou kunnen verwijzen die van haar geen bezoek moet verwachten, en waarom ook? 

Het verschillende piepen en kreunen van de verschillende deuren en kieren, de keuken die blijkens als een wappieparadijs werd gebouwd want door wifi-signalen nauw impermeabel, de lange weg dat het warme water dient af te leggen, de kneuterige tuin die van elk laatste beetje charme en leven werd ontdaan door een kleinburgerlijkheid die van enige professionaliteit getuigt. De zetel en de verhalen. De zetel en de herinneringen.

Op die plek kan ik ook haar nog steeds zien, zonder er veel moeite voor te hoeven doen, haar benen achteloos over elkaar gezwierd, ze balanceert op de rand van de zetel, de verste uiterste rand waar niemand eerder ging zitten, ontspannen, met die samenzweerderige, halfdronken glimlach en een glas rode wijn in de hand, en ik draai me halverwege de afstand tussen Foer en Fukuyama eindelijk om (daar waar wij elkaar zonet gevonden hadden), stok mijn uitleg, loer met diezelfde stomme, dronken grijns op mijn wezen terug naar haar, en op dat moment, exact dan ben ik betoverd, en ik denk zij ook, of toch een beetje, en daar leeft zij nu voor eeuwig en altijd, ze werpt me maar blikken toe en kushandjes en ze zit gevangen nu in dat eeuwige singuliere moment van perfectie en schoonheid en levenslust, maar ik laat haar daar niet achter, ik verhuis haar mee naar de nieuwe zetel, naar de uiterste rand ervan, gericht naar de zon zal ze baden in het licht, in het gouden licht dat door de schuifdeur glinstert zal ze fonkelen.

En de boeken natuurlijk, stuk voor stuk, want als ik nu nog ergens in wil verdrinken dan is het wel in de woorden. Ik betrap mezelf er tegenwoordig soms op me langzaamaan neer te leggen bij de gedachte van een leven alleen geleid. Niet eenzaam, maar alleen genoeg om in andermans ogen bemoedigende boodschappen te ontwaren die werkelijk geen relevantie meer bevatten, want dit neerleggen is geen echo van de opgave, eerder een in de niet verbasterde zin stoïcijns aanvaarden van hoe een leven zich kan vormen rondom jou en je oude verwachtingen van hoe dat leven zich zou moeten vormen. Een tevreden zijn. Daarin bevindt zich nog steeds een gloed, van een even grote intensiteit als toen ik vers was en de gelukzaligheid van het niet begrijpen mocht leven, die bevindt zich achter mijn tanden en in mijn buik. Met andere woorden, het gaat best goed, en ook al schrijf ik nu het soort larmoyante stukjes dat ik van anderen amper kan verdragen, ik schrijf ze in ieder geval beter, denk ik maar.

Schrijfsel
3 minuten

Ergens tussen de nerveuze tics van de kinderjaren, en de wederkerende neurosen van het volgroeide brein situeert zich een periode van onbezonnen, jeugdige zorgeloosheid. Bezopen en stoned, niet op de vlucht dan, maar recht in de armen. Amper balancerend tussen enige voorzichtige verantwoordelijkheid en een heerlijk arrogant miskennen van elke structuur, autoriteit of nood daaraan. Ik mis die vrolijke minachting, ik mis dat hoopje ongevormde kwabben.

De dagen van het zwarte en het witte. Van het ongenuanceerde. Het wildseizoen. 

Op onbehaaglijke wijze spiegelt die tijd zich aan deze eindejaarsperiode. Ik proef het in de bubbels, ik merk het aan de gesprongen adertjes van de dikgeblazen wangen die de drinkebroer opzet als om zijn territorium af te bakenen. Er hangt iets in de lucht. Smog, zeer zeker, en de muffige ruft van een broeiende, bijna onzichtbare kwaadaardigheid die zich ontwikkelt binnen en net buiten onze ontelbare regeringen. Wee zij die onderaan de ladder staan en nog iets te protesteren willen, wee zij die een minder gelukkige start hadden. Dat ook, maar meer nog, iets ontastbaar doch proefbaar, iets onzeggelijk, maar het is onmogelijk om niet te trachten het te omcirkelen met woorden.

Ik wil me er in wentelen. Ik wil spelen en leeghoofdig op dat rode metalen bankje naar de koebeesten staren, zij staren even leeghoofdig terug en we begrijpen elkaar. We geven een joint door, en we begrijpen elkaar. We denken nooit aan morgen, niet eens aan straks. Zondagskinderen in de fleur, zomerkoters in de winter.

De vergetelheid in! Zoals minister Van Bossuyt het naar de hoofden slingert van de ongefortuneerde die door de op zijn kleine teentjes getrapte, gefrustreerde ambtenaar zijn leefloon wordt ontzegd, zo roep ik het tegen mijn bovenkamer. Zonder ernaar te handelen, want dat is volwassenheid in zijn puurste vorm en is dat niet het treurigste dat je ooit las? Natuurlijk niet.

Enkele bedenkingen om mee te nemen naar het lonkende jaar: het pad naar de hel is niet alleen geplaveid met goede bedoelingen, maar ook met kunstgras; wie de koe bij de horens vat heeft minstens twee handen; de smartwatch is hét mooiste symbool voor menselijk falen in digitale vorm, artificiële intelligentie zal dat falen vergeven of voltooien; nu we ons zo langzamerhand aan het voorbereiden zijn op de komst van een nieuwe sterke Leider die ons alles zal brengen wat ons hartje begeert kunnen we maar al beter beginnen met onze tafels prikkelvrij te maken, 't is maar een idee; de pen is machtiger dan het zwaard, maar de pen is van je zus.

Aan u allen wens ik een jaar toe van een wilde, persoonlijke roekeloosheid en af en toe een dikke knuffel.

Nog iemand een glaasje?

Schrijfsel
2 minuten

Ik verberg het vuur achter mijn tanden, toon de onmacht van mijn verkrampte handen. Zo'n dag is het: van gezwollen adertjes ten gunste van lachrimpels, schoon en schijn, van gebroken beloftes aan de waarachtigheid, van handjes schudden en gewenste danspatronen schuiven. We huichelen ons een aderbreuk doorheen deze dag. Daar geven wij geen moer om, op deze plek waar men gezandstraalde jeansbroeken en in de pas gehamerde gebitten hoger acht dan wat des mensen is, in dit avondland, in deze spiegeltijd, deze tussentijd.

Minachting tekent het blikveld rood, blikkerende tanden die druipen van wat wel bloed moet zijn, pupillen van robijn die ik me altijd bij Schrecks Nosferatu voorstelde, vermiljoenen mistbanken, een dichte, ondoordringbare mist. De doden waren hier, dwalen door de nevel, traag en triest, de roodachtige slierten binden hen aan de koude, donkere aarde. Weg zijn ze, in hun plek een vrouw van middelbare leeftijd met een glimlach die zo stralend is dat het bijna pijn doet. Ze schudt ieders handen, of bijna ieders, wat kan ze goed handjes schudden.

Eens wordt het me te veel. Dan sta ik plotsklaps als bevroren, ik tuit mijn lippen, krom mijn handen als een toeter rond mijn mond en schreeuw een woordeloze, walgende schreeuw van de vuilste klinkers die onze taal rijk is. Ik ken zoveel klinkers dat iedereen er stil van wordt. Dan klinkt er applaus, men komt mijn handen schudden, ik krijg schouderklopjes en - kneepjes, er ligt wellicht een nobele carrière in de showbizzwereld voor me in het verschiet. Ik kan op beide oren slapen en krijs mezelf vol goede moed de nacht in.