De ondraaglijke bedachtzaamheid van het bestaan
Ergens tussen de nerveuze tics van de kinderjaren, en de wederkerende neurosen van het volgroeide brein situeert zich een periode van onbezonnen, jeugdige zorgeloosheid. Bezopen en stoned, niet op de vlucht dan, maar recht in de armen. Amper balancerend tussen enige voorzichtige verantwoordelijkheid en een heerlijk arrogant miskennen van elke structuur, autoriteit of nood daaraan. Ik mis die vrolijke minachting, ik mis dat hoopje ongevormde kwabben.
De dagen van het zwarte en het witte. Van het ongenuanceerde. Het wildseizoen.
Op onbehaaglijke wijze spiegelt die tijd zich aan deze eindejaarsperiode. Ik proef het in de bubbels, ik merk het aan de gesprongen adertjes van de dikgeblazen wangen die de drinkebroer opzet als om zijn territorium af te bakenen. Er hangt iets in de lucht. Smog, zeer zeker, en de muffige ruft van een broeiende, bijna onzichtbare kwaadaardigheid die zich ontwikkelt binnen en net buiten onze ontelbare regeringen. O wee zij die onderaan de ladder staan en nog iets te protesteren willen, o wee zij die een minder gelukkige start hadden. Dat ook, maar meer nog, iets ontastbaar doch proefbaar, iets onzeggelijk, maar het is onmogelijk om niet te trachten het te omcirkelen met woorden.
Ik wil me er in wentelen. Ik wil spelen en leeghoofdig op dat rode metalen bankje naar de koebeesten staren, zij staren even leeghoofdig terug en we begrijpen elkaar. We geven een joint door, en we begrijpen elkaar. We denken nooit aan morgen, niet eens aan straks. Zondagskinderen in de fleur, zomerkoters in de winter.
De vergetelheid in! Zoals minister Van Bossuyt het naar de hoofden slingert van de ongefortuneerde die door de op zijn kleine teentjes getrapte, gefrustreerde ambtenaar zijn leefloon wordt ontzegd, zo roep ik het tegen mijn bovenkamer. Zonder ernaar te handelen, want dat is volwassenheid in zijn puurste vorm en is dat niet het treurigste dat je ooit las? Natuurlijk niet.
Enkele bedenkingen om mee te nemen naar het lonkende jaar: het pad naar de hel is niet alleen geplaveid met goede bedoelingen, maar ook met kunstgras; wie de koe bij de horens vat heeft minstens twee handen; de smartwatch is hét mooiste symbool voor menselijk falen in digitale vorm, artificiële intelligentie zal dat falen vergeven of voltooien; nu we ons zo langzamerhand aan het voorbereiden zijn op de komst van een nieuwe sterke Leider die ons alles zal brengen wat ons hartje begeert kunnen we maar al beter beginnen met onze tafels prikkelvrij te maken, 't is maar een idee; de pen is machtiger dan het zwaard, maar de pen is van je zus.
Aan u allen wens ik een jaar toe van een wilde, persoonlijke roekeloosheid en af en toe een dikke knuffel.
Nog iemand een glaasje?