Blijf op de hoogte van nieuwe schrijfsels via mail of via RSS. Neem een kijkje in mijn boekenkast of spellenkast.

 




Ick weet niet wat het is met onse Nederlanders,
Want nevens hare taal soo spreken sy noch anders,
   Het is haar niet genoegh te spreken hare taal,
   Sy spreken Frans, end' Schots, Latijn, end' als de Waal.

Sy weten 't als een kock te menghen, end te scherven,
Om soo quansuys wat eers by and're te verwerven,
   De eene seyd, bon jour, mijn Heer, de and're weêr
   Seyd bona dies, Heer, end' swets soo even seer.

De grace, neen Monsieur, excuse moy sy spreken,
End doen niet anders als wat Frans den hals te breken,
   Dan koomter oock Señor, end' maackt den Spaanschen geck,
   In plaatse van voornoemd, is ditto nu den treck.

Van waar koomt ons dit toe te menghen soo de talen,
End' dan van dees' een woord, end' dan van die te halen,
   Is 't schaarsheyd in de taal? verwert ons die de spraack?
   Neen, d'hooghmoed die ons quelt is oorsaack van de saack.

- Adriaen Hoffer (1589 - 1644)

Schrijfsel
4 minuten

Ze schrikt wakker. Door geloken ogen, nog plakkerig en weerspannig van de slaap merkt ze de godheid op. 

'Apollo', kreunt ze.

'Ik wil je.'

'Nee, verdwijn. Alsjeblieft.'

'Je aanbidt me,' zegt hij, 'je wilt me,' ze schudt haar hoofd, 'je wilt me en ik zal je belonen, je wilt me en ik zal je diepste wens voor waar maken.'

'Ik wil de toekomst kunnen voorspellen.'

'Bij deze.'

De god Apollo schrijdt tot bij haar, want dat is de manier waarop een hemelbewoner van het kaliber van Apollo zich voortbeweegt. Met een soepel gebaar laat hij zijn reismantel van een goudgeel glinsterend, atletisch lichaam glijden. Zo staat hij daar dan, armen gespreid, te wachten. Een godheid van het kaliber van Apollo doet niet zelf al het werk, daarvoor zijn sterfelijken en mindere godheden bedoeld.

'Nee.' Zegt ze.

'Er is geen nee meer, ik heb je gegeven wat je wou, jij geeft me nu wat ik wil.'

Hij zegt het alsof het een feit betreft.

'Nee.' Zegt ze, opnieuw, beslist.

Met roodaangelopen gelaat kijkt hij op haar neer, hij trilt een beetje. Dan kalmeert hij zichzelf. Een zachte glimlach. Welwillend: 'een kus dan, dat is toch wel het minste dat ik heb verdiend.'

'Eén kus.' 

Hij neemt haar gezicht tussen zijn grote handen en kijkt haar diep in de ogen. Ziet ze daar een boosaardige fonkeling? Wanneer hij zijn lippen op de hare drukt opent ze haar mond een beetje. Zijn greep wordt harder en hij houdt haar hoofd nu in een klem. In haar mond fluistert hij de volgende woorden: 'een gave van de goden kan nooit afgenomen worden, maar jij hebt me vernederd, ik vervloek je, jij zal de toekomst kunnen voorspellen, maar niemand zal je geloven, je zal rampspoed van mijlenver zien aankomen, tijdig om je geliefden en verwanten te redden, maar ze zullen niet naar je luisteren, je zal moord en brand schreeuwen en de mensen zullen je uitlachen.'

Als ze haar ogen terug opent is hij allang verdwenen. Een hele poos nog staat ze daar, met de handen voor het gelaat.

'Troje zal vallen, de Grieken zullen tien jaar lang op ons inhakken en ons dan met een list verschalken, onze stad zal branden, onze vrouwen zullen verkracht worden, de mannen tot slaaf gemaakt en zuigelingen vermoord in hun wieg.' Priamos kijkt zijn dochter aan, de stad kan niet vallen, de muren zijn hoog en sterk, onze voorraden zijn onuitputtelijk en de verdedigers van de stad zullen nimmer capituleren. Dat zegt hij haar allemaal en ze herhaalt wel duizend keer haar waarschuwing.

'Er zullen grootmachten ontstaan en zij zullen de wereld op zijn grondvesten laten daveren. Hun namen zullen Athene en Sparta zijn.' Instemmend geknik van omstaanders, niets vreemds aan de hand daar. 'Hun namen zullen Rome en de Achaemeniden zijn.' Enkele vreemde blikken, waar is dat dan, die Achaemeniden, een eilandje ergens ten zuiden van Knossos denk ik, niets te grootmacht aan. 'Hun namen zullen China en de US of fucking A zijn en zij zullen geregeerd worden door een oempa loempa en een honingminnend beertje.' OK, ze is het kwijt, daar komt enkel nog maar onzin uit nu. 'Een Russische maffiapresident zal Oekraïne binnenvallen op een moment dat hij Oekraïne al tien jaar aan het binnenvallen is, hij zal Poetin heten, naar een Canadees gerecht dat met frieten, kaas en vleesjus geprepareerd wordt.' Tijd voor een gesticht lijkt me zo, je kan er eigenlijk enkel maar om lachen.

'De wereld zal langzaamaan opwarmen, en de mensen zullen langzaamaan ziek worden met de wereld, zonder het op te merken, alsof je kreeften klaarmaakt. Sommige landen zullen woestenijen worden, andere zullen overstromen. Er zullen allesvernietigende stormen over het land jagen die de huizen en de oogsten verwoesten. De wereld zal onleefbaar worden en iedereen die je kent zal sterven.'

Ze kijken haar aan, en ze fluisteren hun gemene woorden in elkaars oren, ze gniffelen en gnuiven, monkelen en gniezen.

'Jullie teelballen zullen verschrompelen en zullen enkel nog stof produceren, het lachen zal je vergaan en jullie dagen zijn geteld.' 

Luidop wordt er nu gelachen, eentje begint al te bulderen. Ze lachen haar vierkant uit terwijl ze naar haar wijzen, slaan hun dijen aan gort terwijl kledders speeksel in de rondte vliegen. Cassandra lacht nog het hardste, het luidste van iedereen lacht zij met hen mee.

Theatervoer
Ultima Vez / Wim Vandekeybus

Een duik in de gortige, hitsige waanzin van de goden en hun minder prominente halfbroers en -zusters. Macht en onmacht, ouderlijk falen van de meest perverse soort. Acteerprestaties van de bovenste plank, dans die je niet enkel ziet maar ook voelt, beeldende kunst die tot stand komt terwijl je je eraan zit te vergapen en muziek van Warren Ellis (!) die dit alles tot een coherent, indrukwekkend schouwspel smeedt.

Schrijfsel
3 minuten

Het boek ligt opengeslagen voor me op tafel, bladzijde tweehonderdvijfentachtig.

Ik stap in de auto, leg het boek op de passagierszetel naast me. Eenmaal op de baan leg ik mijn hand op het boek, op de bil van Marieke, die daar zou moeten zitten en naar me lachen, mijn hand vasthouden en enkel even loslaten als ik moet schakelen. Het fysieke gewicht van het boek maakt me rustig. Al een week worstel ik met de laatste vijftig pagina's en kan ik elke dag ochot twee of drie pagina's lezen vooraleer ik het weer moet opgeven. Connie schrijft te scherp, te precies en ik kan het niet verdragen.

Als ze het telefoongesprek met haar vader beschrijft waarin hij haar moet melden dat Ischa Meijer, haar man, haar grote liefde, is gestorven brult ze en ik brul met haar mee. Haarscherp schieten beelden van mezelf voor mijn ogen langs, alsof ik naar iemands anders gefilmde leven kijk en ik het niet  ben die op de grond zakt en een soort jammerlijk, dierlijk gekreun uitstoot waarvan ik mezelf nooit capabel achtte. Alsof ik het niet ben die, tranen stromend langs mijn wangen tot ze een kleine poel beginnen vormen waardoor ik met mijn steeds nattere kousen onwillekeurige halen trek, hakkelend probeer te verhalen tegen mijn omgeving, tegen mezelf, wat ik niet onder woorden kan brengen.

Eventjes zie ik het wel, dit was ik, eventjes maar dan niet meer. Nu golft het even onbedaarlijk als op die dag door me heen, er komt van alles los waarvan ik niet wist dat het nog zo diep begraven lag en had ik dit niet allemaal al eens beleefd en verhaald en verwerkt. Je moet doorgaan met je leven. Rot op met je doorgaan, ik blijf lekker zitten waar ik zit.

Het is bijna drieënhalf jaar geleden dat Marieke stierf. Dat is meer dan tien keer langer dan dat wij samen mochten zijn. Ik wist toen dat zij de grote liefde voor de rest van mijn leven zou zijn, zonder enige twijfel. Het is wellicht net dit onafgemaakte, deze korte periode van onvervulde belofte en gelukzalige verwachting die haar tot zo'n onmogelijkheid katapulteerden. Het is bijna drieënhalf jaar geleden, maar eigenlijk is er geen tijd verstreken. Er zal nooit meer tijd verstrijken.

Omdat het soms even deugd doet drink ik deze maand niet. Dat gaat vanavond niet door. Ik heb zin om te drinken, ik heb zin om dronken te worden, dus ik onderbreek die maand voor een avond van vergetelheid, een avond van destructie en leven. Wie weet lees ik morgen het boek wel uit.

Leesvoer
Connie Palmen

'Pretentieloos', werd dit boek ergens in een recensie genoemd. Ik weet niet van welke planeet de schrijver van voornoemde stukje kwam. Dit boek staat bol van de pretentie, verdiend en heerlijk en pijnlijk. Het boek is echt, en dat hoef je maar te lezen om het te weten.

Schrijfsel
3 minuten

Als ik aan het dichten sla, wat zelden gebeurt omdat ik er geen talent voor heb, verlies ik me graag in de kleffe Griekse pathos die zeemzoeterige woordencombinaties serveert als honingkoekjes. Ik krijg het niet gezegd, niet goed gezegd en niet zoals ik het wil gezegd, in enkele voltreffers, snijdend en zoetzuur, melancholisch zonder louter deprimerend te worden, juist, ik krijg het niet juist gezegd. Het dichten zit hem in het juiste, het tempo en de woordkeuze en het moment van pak-naar-je-strot-met-beide-handen-en-los-niet-meer, en de meeste dichters bakken er zo weinig van. Soms is er eentje die de woorden vindt, en het tempo vindt, het moment neemt, en dan smelt ik tot een niemendalletje. Eindeloze woordenstromen heb ik nodig, en als ik ze achteraf opnieuw lees, een week, een jaar later, ben ik voornamelijk mezelf dankbaar dat ik me maar een enkele maal heb laten verleiden tot de krochten van de amateurpoëzie.

Als ik al die zinnen opnieuw lees, en ik weet dat ik ervoor gezweet heb, niet om ze te schrijven, dat gaat doorgaans behoorlijk vlot eens ik me eraan gezet heb, maar om eraan te beginnen. Het is zwoegen en zwijmelen. Van op een afstand loer ik naar mijn computer en wens ik dat het een oude typemachine was, maak ik mezelf wijs dat het beter zou gaan als ik simpelweg een pen ter hand zou nemen en zo de woorden ook fysiek zou beleven. Dagenlang maak ik omwegen in mijn hersenpan rond datgene waarover ik nog wel eens een gedachte zou willen delen met het witte blad, de knipperende cursor die me smalend aankijkt, ik cirkel dichter en dichter en tik een, twee, drie woorden. Command-A, delete, knudde. Tot het op een ogenblik geen denken meer is, geen bewuste zet en mijn lichaam voert z'n vetgemeste geest buiten de wil om mee en produceert pardoes een salvo of twee aan ietwat samenhangende zinnen. Niet veel later is een nieuwe homp tekst geboren die een eigen - zeer bescheiden - leven zal leiden op het wereldwijdeweb waarbij, laat ons dat toch niet vergeten, ook een Belg aan de wieg stond. Later zal ik het stukje herlezen en het hoofd neigen, ik zal aan Alexander denken en aan haar. Dagenlang zal het duren vooraleer ik de moed terug heb gevonden om nog eens naar de cursor te staren, om nog eens naar buiten te gaan en het gemoed niet uit te vlakken, maar open te houden, opdat, wie weet.

Daar dacht ik aan toen ik in een heet bad lag te stomen, ook dat gebeurt zelden omdat ik het talent ervoor ontbeer, en voor het eerst de beginwoorden van een boek van Connie Palmen las. Betekenis ontstaat maar tussen de woorden die op het papier zijn afgedrukt en de lezer die ze in zich opneemt. Mijn hart sloeg een tel of twee marsorders aan dubbele snelheid en in mijn keel proefde ik het zeurderige schrijnen van tranen die niet kunnen stromen. Ik weet nog niet of ik 'I.M.' zal uitlezen. Het komt misschien dichterbij dan ik kan verdragen, en ik kan al zo weinig verdragen. Ach, ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat ik het wel zal uitlezen, ik zal ontredderd achterblijven en een soort van leeswee ontwikkelen voor een boek dat ik nooit opnieuw in mijn handen zal durven nemen.

Schrijfsel
2 minuten

Niet zo lang meer, niet zo lang meer. Het is de geruststellende, het is de uitvlakkende riedel die het leven zijn lethargische reutelritme geeft en eens wisten we nog hoe sloom het wel niet ging maar vandaag kijken we met geloken ogen toe hoe het aan ons voorbij dendert en we wensten dat we aan hetzelfde tempo mee konden hossen maar we zijn zo moe, we zijn zo traag. Enkelen zien dit, enkelen zien dit als een uitnodiging en ze nemen ons mee naar warme, uitnodigende zetels en ze voeren ons naar de zoete zachte woorden die we net op dat moment nodig hebben en vanaf dat moment zijn we blind.

We zien ze niet meer, de waarschuwingen en de misvormde gelaten die ons toeschreeuwen, die willen zeggen dat het niet zo is, het is toch niet zoals beweerd wordt want als je het wil horen krijg je enkel kwatongen geserveerd en als je het wil horen krijg je cynisme als ontbijt en misantropie als medicijn en je wil hen niet geloven want de woorden lijken zo rationeel tot ze het niet meer zijn. Het is nooit rationeel geweest want het is een slang en het heeft geld geroken en het heeft al lange tijd geen liefde meer gekend.

Ik begrijp het. En dat is geen regel, het is geen uitzondering, het is helemaal geen iets. 

De vrije wil is nu verzwolgen door ons aanwassende weten maar we hebben nog gevoel en ik wens hen het beste toe en ik wens hen een geweldig jeukerige gonorroe toe en waanzin in het hoofd. Ik denk dat we sommige kwesties niet luidop moeten beleven. Dit, evenwel, luider, luider, luider. Schande. Schande en schaamte, lelijk nachtspook. Ik wens je een geweten, ik wens je een hart.

Schrijfsel
2 minuten

Ik begrijp de go go go-getters van deze tijd niet goed. Ze zijn met zo veel en kijken het leven zelfverzekerd en al glimlachend in de ogen als ze een ochtendloopje doen in hun op maat gemaakte loopschoenen, de smartwatch houdt elke stap bij en de route die elkeen op Strava en consorten kan gaan bewonderen. Ik versta er niet erg veel van. Ze zijn met zo veel en beleven productieve dagen in nucleaire modelfamilies en ze betalen mooie (nu ja, geen mooie maar in ieder geval grote) huizen af door de noeste arbeid die ze na de ochtendactiviteit en voor de avondsmoothie verrichten en ze hebben zoveel verwezenlijkingen te delen met de wereld, non-stop content voeden zij deze wereld, consumeren deze wereld tot er enkel een dun vliesje overblijft. Zij zij zij, zij zijn soms ook mij maar doorgaans hang ik toch maar in de zetel met een bovenmaatse zak chips, me afvragend of ik genoeg energie heb voor nog een aanstonds rondje onanie. Meestal wel hoor, ik ben ten slotte een kwieke dertiger van een breinjaar of zeventig. Was het niet handen boven de lakens, meneer pastoor? Lethargie en katatonie weerspannen om het luidst en ik denk dat ik me nog maar eens aan het roeien zet, dat doen zij toch ook en ze zijn met zo veel en ze delen zo veel op de plaatsen waar je niet gelukkig maar wel ledig wordt.

Schrijfsel
2 minuten

Ik houd zielsveel van cijfers en statistieken. Ze spreken mijn innerlijke hunkering naar duidelijkheid en patronen aan, ze bieden een leidraad en een helpende hand in de chaos van tegen mekaar opbiedende meningen die zo op steeds losser zand komen te staan en onderbouwde, doch misbegrepen proposities. Maar cijfers hebben context nodig en andere cijfers met context om er coherente en betekenisvolle conclusies uit te kunnen trekken. Verkeerd begrepen en bedrieglijk gepresenteerde cijfers liggen aan de basis van zoveel misinformatie, ze zijn tegelijkertijd een uiterst potent medicijn daartegen.

Eén zo'n vaak misbegrepen en verkeerdelijk voorgesteld probleem is dat van de overbevolking. Het was het grote doembeeld van Etienne Vermeersch, net zoals het dat is of was voor vele anderen die zowaar enthousiast werden van China's strenge eenkindpolitiek (dat onder andere leidde tot een scheve verhouding tussen het aantal mannen en het aantal vrouwen). Maar zoals wijlen Hans Rosling (Feitenkennis, aanrader!) je had kunnen verzekeren vertellen de cijfers een heel ander verhaal. Beter onderwijs, in het bijzonder voor meisjes, en hogere levensstandaarden doen eerst de kindersterfte dalen, en daarna het geboortecijfer.

De groei van de wereldbevolking is al lang niet meer exponentieel, en zal tegen het eind van deze eeuw zelfs negatief zijn:

Een term die Hans Rosling ons nog cadeau deed: 'peak child'. Dit is het moment waarop het aantal kinderen op de wereld ophield met groeien (kinderen onder de leeftijd van vijf jaar). Ook dit moment ligt nu al enkele jaren achter ons:

Als laatste nog even duidelijk in beeld: de maximale verwachte omvang van de wereldbevolking zullen we naar de huidige beste schattingen bereiken tegen het einde van deze eeuw en zal een goeie tien miljard zielen omvatten:

Tien miljard monden om te voeden, tien miljard mensen om te huisvesten en te voorzien in steeds groeiende noden is natuurlijk niets om flauw over te doen en er staat dan ook nog wel het een en ander te wachten qua uitdagingen de volgende jaren. Maar paniek inzake overbevolking is dus duidelijk overbodig. Meer nog, Maarten Boudry maakt zich onderhand ongerust dat we met te weinig zullen zijn, en dendert in zijn redenering naar goede gewoonte enthousiast en rücksichtslos de andere kant uit.

Schrijfsel
2 minuten

In het huis is een zachte somberte neergedaald. Over het boek dat halfweg opengeslagen op de koffietafel ligt, alsof zopas nog iemand diep weggezonken was in de woorden, zonder op te merken wat er rondom gebeurde of dat de muziek amper hoorbaar op de radio speelde, dan opstond en het huis verliet om het nooit meer te betreden. Het is nochtans al veel langer geleden, daarom niet minder tastbaar hier, in het oude huis. Ik streel de pagina's en ga zitten in de zetel. Daar zit ik lange tijd voor me uit te staren vooraleer ik naar mijn verblijfplaats in de bergen trek.

Je moet opnieuw leren van een mens te worden. In bad, met verlichtingsfilosofen en het troosteloze einde van Napoleon Bonaparte. In bed, met escapisme in woorden en dromen, Alkibiades en levens die uit hun voegen barsten, levens waar je je dwangmatig tot voelt aangetrokken, levens waar je eigenlijk niet te veel over wil nadenken want dan is er steeds de onontkoombare zelfbeschouwing die even onontkoombaar leidt naar een periode van melancholie. Kijk maar even niet naar het nieuws, nu. 

Alles gebeurt voor het eerst, oordeelt Borges. Prediker vindt dat alles zijn tijd heeft. Zo onstuimig wens ik dat sommige dingen terugkeerden, zo hartstochtelijk wens ik in de toekomst te kunnen zijn, wanneer ik zal gevonden hebben wat ik nu nog in het vroeger najaag. Ik ben niet cynisch geworden, niet depressief, nee, enkel een beetje weemoedig, af en toe.

Schrijfsel
7 minuten

Over de vrije wil wordt al een eeuwigheid gepalaverd, door filosoof en wetenschapper, in boek en voordracht, door barman en toogfilosoof, tussen pot en pint. Het is een dierbare traditie die ik met enig enthousiasme verderzet (toegegeven in mijn geval veeleer tussen pot en pint dan in verhevener alternatieven).

De discussie is belangrijk en de conclusie is niet vrijblijvend maar kan ons wereldbeeld en de manier waarop we onze maatschappij organiseren grondig dooreenschudden. Het geloof in de vrije wil vandaag, de overtuiging dat we onze successen en verwezenlijkingen aan onszelf te danken hebben is even onwetenschappelijk als het geloof in een persoonlijke God dat enkele eeuwen geleden was (dat geldt vandaag vanzelfsprekend nog evenzeer).

Het moge duidelijk zijn, als je het aan mij vraagt: de vrije wil bestaat niet. Nog een stapje verder, voor mij kan ook geen verantwoordelijkheid of schuld bestaan in een wereld waarin geen sprake is van een vrije wil. Waarom dat zo is en wat dat betekent probeer ik hierna op een (zo beknopt mogelijk) rijtje te zetten. Voor wie een betere, volledigere, erudietere uitleg wenst is er zo'n tweeduizend jaar aan leeswerk voorhanden. Waar wacht je nog op? Spoed je naar de dichtstbijzijnde bibliotheek en ontleen tot je een ons weegt!

Watte?

Eerst en vooral is het geen slecht idee om te definiëren waarover ik spreek (en waarover ik niet spreek) als ik het over de vrije wil heb. Een definitie is verre van zaligmakend, maar het kan helpen om enige verwarring te voorkomen.

De vrije wil is het vermogen om vrij te beslissen over wat je doet, waarom en hoe.

Het ontbreken van de vrije wil houdt in dat je op het moment van een beslissing over een actie geen andere keuze kan maken dan degene die je op dat moment maakt.

De hersenwetenschappers

In publicaties van onder andere Dick Swaab ('Wij zijn ons brein') en Victor Lamme ('De vrije wil bestaat niet') voeren zij een heleboel experimenten en bewijzen aan om de bewering te staven dat de vrije wil niet bestaat. Neurobiologen zullen nooit onomstotelijk kunnen hardmaken dat de vrije wil niet bestaat, maar met elk experiment dat zij uitvoeren verzwaren ze wel de bewijslast in die richting.

Ze schetsen een wereld waarin de gedachten die we hebben en de keuzes die we maken niet weloverwogen en zelfbewust zijn, maar eerder de onvermijdelijk uitkomst van de complexe chemische processen die in onze hersenen de dans leiden. In plaats van zelf en bewust keuzes te maken zou je eerder kunnen zeggen dat we ons bewust worden van de reeds gemaakte keuzes na de feiten. 

Naarmate de technologie vordert kunnen we beter en accurater hersenimpulsen lezen en de informatie die daardoor wordt doorgesluisd, verzameld, getransformeerd. Sommige van de tot de verbeelding sprekende experimenten van Swaab en Lamme tonen gevallen aan waarin ze voornoemde keuzes of gedachte-impulsen kunnen uitlezen (al verval ik hier wellicht iets te gemakkelijk in de geenszins trefzekere analogie van de harde schijf) alvorens het subject zich er zelf rekening van heeft genomen, met andere woorden vooraleer het subject zich er zelf bewust van is geworden.

Een deterministisch universum

In de klassieke natuurwetenschap worden de wetenschappelijke wetten (de natuurwetten zo je wil) bepaald door deterministische theorieën. Daarbij is elke gebeurtenis of uitkomst een noodzakelijkheid, gegeven de voorafgegane gebeurtenissen en de beïnvloedende factoren en natuurwetten op dat moment. Een voorbeeld van zo'n theorie is de algemene relativiteitstheorie van Einstein. We zouden in dit geval dus kunnen stellen dat mocht een bepaald intelligent wezen op een bepaald moment de hele geschiedenis van elk atoom kennen, alle factoren, posities en snelheden van elk element op dat moment kennen, alle krachten die in de natuur voorkomen kennen, en mocht het de analytische kracht bezitten om dit alles tot in detail en ogenblikkelijk te analyseren dan zou dit theoretische wezen (ook wel de demon van Laplace) de toekomst haarfijn kunnen voorspellen. In de praktijk zal dit uiteraard steeds onhaalbaar blijken, in theorie lijkt het een evidentie. Daaruit volgt logischerwijs dat er in een universum dat op dergelijke wijze deterministisch is georganiseerd geen vrije wil kan bestaan.

Tot plots de quantummechanica met zijn onzekerheidsprincipe de intrede doet. Een quantumdeeltje houdt zich niet aan de wetten van de klassieke natuurkunde, het kan zich op twee verschillende plekken tegelijkertijd bevinden en het gedrag ervan kan niet nauwkeurig voorspeld worden, maar wordt uitgedrukt in een golffunctie waarbij enkel uitspraken over waarschijnlijkheid kunnen gedaan worden. Weg determinisme, hallo vrije wil? Geen zorgen, het antwoord is tweemaal neen. 

Het bestaan van quantumdeeltjes en hun lastig te vatten onvoorspelbaarheid betekent helemaal niet dat de vrije wil plots terugkeert. Deeltjes gedragen zich nog steeds deterministisch in principe, de quantumfysica introduceert daarbij de willekeurige gedragingen. Maar die willekeur wordt zoals vermeld beschreven in een golffunctie, die zelf nog steeds op deterministische wijze bepaald wordt en verandert. De willekeurigheid van de deeltjes verdraagt geen oorzaak - anders is er geen willekeurigheid - en staat op dat punt dus los van het voor de rest nog steeds deterministische heelal. Op welke manier zouden deze deeltjes dan ooit het concept van de vrije wil kunnen valideren? Op welke manier zou iemand ooit invloed kunnen hebben op deze deeltjes? Retorische vragen behoeven geen antwoord.

Mocht dat nog niet overtuigend genoeg zijn is er nog de theoretische reddingsboei van het superdeterminisme. Een interessant aspect aan quantumdeeltjes is dat het gedrag ervan beïnvloed wordt door het te observeren of net niet te observeren. Een theorie hierbij is die van de verborgen variable, een theoretische factor die we (nog) niet kennen die het gedrag van de quantumdeeltjes bepaalt en dus voorspelbaar zou maken. Dit in combinatie met de kennis dat de observator zelf ook deterministisch is bepaald lijkt te suggereren dat ook quantumdeeltjes deterministisch bepaald zouden zijn.

In dat opzicht wordt al snel John Bell erbij gehaald, die in sommige gevallen de theorie van de verborgen variabelen onderuit heeft gehaald, superdeterminisme is niet een van die gevallen, daarenboven lijkt het Bell vooral te hebben gegaan om het behoud van de vrije wil. Ter illustratie wat fysicus Anton Zeilinger hierover had te zeggen:

[W]e always implicitly assume the freedom of the experimentalist... This fundamental assumption is essential to doing science. If this were not true, then, I suggest, it would make no sense at all to ask nature questions in an experiment, since then nature could determine what our questions are, and that could guide our questions such that we arrive at a false picture of nature.

Anton Zeilinger

Maar het verwerpen van een theorie, simpelweg omdat de uitkomst ervan je niet aanstaat lijkt me geen sterk staaltje van wetenschap, om het zacht uit te drukken. Om wat ik hierboven beschreef en superdeterminisme beter te kaderen laat ik liever iemand aan het woord die dit een pak beter vat en bovendien een stuk bevattelijker kan uitleggen dan ikzelf: Sabine Hossenfelder.

Het 'moeilijke' probleem: bewustzijn

De filosoof David Chalmers introduceerde de term 'moeilijk probleem' in relatie met het bewustzijn. Meer bepaald gaat het om de vraag hoe fysieke (gedetermineerde) processen in de hersenen subjectieve ervaringen kunnen produceren. Op het eerste zicht valt het bewustzijn moeilijk te rijmen met een gedetermineerde en materialistische visie op natuurverschijnselen. Maar net zoals de vermaledijde quantumdeeltjes is het bestaan en de ervaring van een immaterieel bewustzijn au fond irrelevant voor de ontkenner van de vrije wil. De materialiteit of immaterialiteit van het bewustzijn heeft geen invloed op de causale oorzaken van een beslissing en de beslissing zelf (enkel mogelijk op het effect van een beslissing).

Er zijn ook opties beschikbaar die het bewustzijn verzoenen met het materialisme. Een daarvan is om het bewustzijn te zien als emergente eigenschap van de fysische, de chemische processen die plaatsvinden in ons brein. Metaalatomen kennen op zichzelf geen magnetisme, dit laatste is een emergente eigenschap die tot uiting komt als veel van deze atomen gecombineerd worden. Op dezelfde wijze kunnen we het bewustzijn overwegen. Het bewustzijn en het materialisme zijn dus helemaal geen noodzakelijke antagonisten. En zoals eerder vermeld is dit laatste goed beschouwd irrelevant voor het argument van het niet bestaan van de vrije wil.

Zonneklaar en een klontje

Wat betreft de exacte wetenschappen lijkt de conclusie onontkoombaar. De vrije wil bestaat niet, kan niet bestaan in ons gedeelde, gedetermineerde universum.

Schrijfsel
3 minuten

Vijf in kwaliteit variërende Gandalfs lurken al keuvelend van een Duvel, de obligate grijze baard der wijsheid praktisch weggemoffeld om plaats te maken voor het gelag. Omzeggens twee dozijn R2-D2's in allerlei kleuren en configuraties struinen de hallen af en spuien daarbij met zichtbaar robotisch leedvermaak schunnige bipjes en bliepjes naar iedereen die hun pad kruist. Allerlei wapentuig uit kunststof en karton trekt in paradepas aan ons voorbij, gehanteerd door rabiate Call of Duty-spelers en LARPers. Er werd er zonet nog eentje opgepikt door enkele wantrouwige dienders, maar wat wil je ook, amper een week nadat een gek met een semiautomatisch schietijzer dood en verderf zaaide in Brussel.

We ontwaren een kans om onze aan hoog tempo ontwaarde viriliteit te bewijzen en hebben geen keus. Ik neem de plastieken hamer ter hand en lanceer een allesbehalve welgemikte uithaal naar het jengelende, veelkleurige toestel dat mijn kracht belooft te meten. Het stuiterende onding belandt op de rand van het nochtans niet zo kleine doel en zet prompt koers richting mijn smoelwerk alwaar het voortvarend bezit neemt van mijn bril alsmede waardigheid, waar overigens al niet zo veel bezit uit te puren viel. Mijn gezelschap proest het met recht en rede uit.

De waanzin die Pokémon heet slaat ons met alle larie en verstandsverbijstering die het kan opwekken om de oren en dat is niet weinig larie en verstandsverbijstering. Net zoals met cryptovaluta is de Japanse papier- en monstermarkt het speelveld van enkele van de sappigste hoofdzonden die de Rooms-Katholieke Kerk ons te bieden heeft. Met name hoogmoed, hebzucht en afgunst spelen een hoofdrol in deze razernij en vormen samen de gore cocktail die het tandeloze gepoch en de denkbeeldige overvloed van naïeve neofieten achteloos verzuipt in lege bankrekeningen en melancholische bespiegelingen over een leven niet geleefd.

We spelen een bordspel over bomen en takken en groeien en zon en schaduw. Ik heb al besloten dat ik het zal kopen alvorens de laatste struik tot wasdom is gekomen. Niet veel later scheelt het geen haar of ik slinger mijn bankkaart naar de plaatselijke spellenventer want er is een prijs doorgehaald en een andere, lagere prijs voor in de plaats gekomen. Haal er van eerste keer maar alles af, jongens! Ook zonder Pokémonkaarten geraakt mijn portefeuille wel leeg. Daar! Daar verkopen ze boeken! 

Een niet onaardige Belle met een niet onaardig Beest struint een catwalk af, een film gaat in première op drie grote schermen met maar een tiental personen die het zullen meegemaakt hebben, evenveel belangstelling heeft de beginnende schrijver die ondanks dat hij piepjong is toch enkele gewichtige vragen over zijn literaire voorparcours mag komen beantwoorden, nog meer striptekenaars en schrijvers van boeken die nooit zullen gelezen worden kijken ons hoopvol aan als we geringschattend langs hun tafeltje lopen. Ik wil een van hun boeken kopen en zeggen dat er echt potentieel in zit, maar het zou een leugen zijn.

Op de terugweg zie ik een vosje op de R4. Vermangeld en uiteengereten ligt het in stukken over de pechstrook verspreid. Er is vast een omvangrijk assortiment aan Pokémonsters die op vosjes lijken, die hoeven enkel elkaar uiteen te rijten en te vermangelen, te genezen, en dan alles opnieuw.

Schrijfsel
2 minuten

Sparta en Athene. De Peloponnesische Oorlog was een verwoestende storm die vanuit de twee dominerende Griekse grootmachten over Hellas woei. Over de Griekse kolonies in Anatolië, in het Perzië van Darius II en Artaxerxes II, geoliede baarden strak in het gelid. Over het verre Sicilië, waar gefingeerde weelde wachtte op wie ook maar durfde. En in gedachten steeds verder dan, verder dan Carthago, waar Dido de Trojaan Aeneas als minnaar nam en hem jarenlang van zijn goddelijke missie weerhield, het stichten van Rome kon wel even wachten. Verder dan de Numidische landen die op dat moment nog tot een rijk gesmeed moesten. Verder weer en verder nog. Voorbij de zuilen van Herakles en dan nog en voorwaarts en marcheer en vaar tot er geen verder meer is.

Steeds terug. Alles is daar, terug.

Schismogenese is een vorm van (groeps)identificatie door zich van de ander af te zetten door nadruk te leggen op hetgeen je onderscheidt. Door de herhaling van dat proces tot in den treure en dan nog een maal verwordt je hele identiteit tot dat ene speerpunt. Eenmaal er niets anders meer overblijft ben je hét dan geworden. Alles wat de ander niet is. In essentie ben je door elkanders antoniem te worden meer verbonden dan je anders ooit had kunnen zijn. Bijkans wordt het een onmogelijkheid van de een zonder de ander te noemen. Voor eeuwig gekluisterd, innig en verstrengeld, als twee geliefden vol haat en vuur en je kan niet zonder elkaar want zonder de ander besta je niet meer.

Niet zo bij ons, toen. Schepen in de nacht, en nooit meer terug.

Leesvoer
Ilja Leonard Pfeijffer

Magistraal is een woord dat ik zelden gebruik, al is het maar omdat de lettergrepen soms in mijn mond blijven hangen als een droge spons en ik ze dan enkel nog op een dof hoopje eruit gestameld krijg. Magistraal was dit boek, en ik kan het weten want ik heb het gelezen. Zo werkt dat, toch?