Blijf op de hoogte van nieuwe schrijfsels via mail of via RSS. Neem een kijkje in mijn boekenkast of spellenkast.

 




Ick weet niet wat het is met onse Nederlanders,
Want nevens hare taal soo spreken sy noch anders,
   Het is haar niet genoegh te spreken hare taal,
   Sy spreken Frans, end' Schots, Latijn, end' als de Waal.

Sy weten 't als een kock te menghen, end te scherven,
Om soo quansuys wat eers by and're te verwerven,
   De eene seyd, bon jour, mijn Heer, de and're weêr
   Seyd bona dies, Heer, end' swets soo even seer.

De grace, neen Monsieur, excuse moy sy spreken,
End doen niet anders als wat Frans den hals te breken,
   Dan koomter oock Señor, end' maackt den Spaanschen geck,
   In plaatse van voornoemd, is ditto nu den treck.

Van waar koomt ons dit toe te menghen soo de talen,
End' dan van dees' een woord, end' dan van die te halen,
   Is 't schaarsheyd in de taal? verwert ons die de spraack?
   Neen, d'hooghmoed die ons quelt is oorsaack van de saack.

- Adriaen Hoffer (1589 - 1644)

Schrijfsel
2 minuten

Firenze lonkt al en Lissabon lonkt al en het kwik daar zal tijdens mijn verblijf toch zeker vlotjes en meermaals de twintig graden overstijgen denk ik want hoe kan het anders net op het moment dat ik daar ben zal er toch geen storm voorbij walsen of zal er toch geen vorst heersen want de tijd van vorst is toch al lang geleden tijd zoals Abel die keer zong al ging dat lied daar niet over natuurlijk dat weet ik ook wel maar dat zijn de dingen waaraan je denkt of waaraan ik denk en ik hoop dat het er lekker warm zal zijn en dat er veel zon zal zijn en dat ik kan slenteren door de winkelstraten in t-shirt en korte broek en moet ik daar nu aan denken als je ziet wat hier op straat gebeurt wat een schande dat er in een land als België nog mensen zijn in vriestemperaturen buiten moeten slapen maar ja zeggen de mensen dan ja dat is toch eigenlijk hun eigen keuze zeggen ze want in België kan je als je het wil en als je ervoor openstaat toch altijd hulp zoeken en vragen zeggen de mensen dan wat weten de mensen want natuurlijk kunnen ze hulp vragen kunnen ze lekker op een van de ellenlange wachtlijsten gaan staan die ons land rijk is en kunnen ze vergeefs gaan aanschuiven bij volle opvanghuizen en kunnen ze vernederingen ondergaan en kunnen ze jarenlange wachttijden omarmen en kunnen ze maar beter zien dat ze voor die tijd niet verkleumen en verstijven en als een vervroren bevroren klomp ijs teruggevonden worden op de stoep wat een schande zullen de mensen zeggen dan dat zoiets in een land als België mogelijk is zullen ze zeggen.

Schrijfsel
3 minuten

Als ik de kunstmatig gekoelde terminal verlaat gutst het zweet me binnen de kortste keren van het lijf. Ik heb nog geen drie stappen gezet of een veertigtal beidende taxichauffeurs omsingelen me en slingeren me bedragen naar het hoofd die uitgedrukt zijn in roepies. Terwijl ik me stilletjes afvraag of ik niet beter eerst eens de wisselkoers van roepies en euries zou opsnorren duid ik de verheugde uitverkorene aan en die troont me snel mee naar een aftandse, stoffige, ooit witte Suzuki die een resem krassen, blutsen en barsten vertoont die stuk voor stuk groter zijn dan een muntstuk van twee euro. Al een geluk dat hier in de wijde omtrek geen Carglass te vinden valt. De rest van de kluit chauffeurs die ons nog achtervolgde druipt nu af.

Mijn chauffeur opent galant de kofferbak en nodigt me uit om mijn trekzak op de losliggende CNG-tank te zwieren. Ik houd de kleine rugzak, waar zich naast mijn paspoort en vliegtickets ook een boek, een wc-rol en tien pakken zakdoeken bevinden, bij me op de schoot. Op de achterbank is geen gordel te bespeuren. 'Very safe, sir', glimlacht de man naar mij. Hoeveel was zijn prijs naar het centrum nu weer, vraag ik nog. 'Good price, sir', om dan de wagen over een brede richel te jagen, dwars over de enige doorgang van parking naar de openbare weg vast te komen zitten en uit te stappen om de claxonnerende achterliggers op enkele obscene handgebaren te trakteren. 

'Name of the hotel?' vraagt hij eens we aan een gezapig tempo op een van de hoofdbanen rond Varanasi zijn aanbeland. De stad is een belangrijk pelgrimsoord voor hindoes, de wegen zijn dichtgeslibd en het spitsuur is nimmer voorbij. Er zijn volle witte lijnen op de banen en af en toe staan er ook verkeerslichten, deze worden vakkundig en consequent genegeerd. Ik zie een bord waarop staat 'Speed limit', maar hoe hoog die limiet dan wel ligt wordt nergens duidelijk. Er zijn werken die niet aangeduid zijn, zinkgaten in het midden van de weg, evenmin afgezet, rioolputten die deksels missen, koeien die zich tussen het verkeer hebben genesteld en lui op een plastieken zak kauwen. 'Your hotel, sir?' vraagt hij opnieuw, ik toon hem het adres van de Airbnb, en hij mompelt iets in zichzelf waarvan ik vermoed dat het geen lofzang is op mijn persoon. 

Vier luide telefoongesprekken later, waarin ik af en toe een half woord Engels meen op te vangen en tijdens welke ik bid tot het halve hindoeïstische pantheon opdat de man tussen het bellen en gebaren door toch af en toe een moment zijn stuur zou vasthouden, zegt hij dat we aangekomen zijn. Volgens Google Maps zijn we helemaal niet aangekomen, maar voor ik bezwaar kan aantekenen bevind ik me, zakken voor de voeten en enkele honderden roepies armer, ergens ver van het centrum van de stad. Een rund aan de overkant van de straat kijkt me laconiek aan en draait al gauw z'n achterste naar me toe. Achterop een scooter kruipen in de krappe steegjes van Varanasi doe je met een afgemeten dosis doodsverachting of je doet het niet. Voorwaarts dus, en ik spring met gusto achterop de eerstvolgende tweewieler die piepend en krakend voor me tot stilstand komt. Als daar maar geen goede verhalen van komen.

Schrijfsel
2 minuten

Dan hangt de vijgenboom van Sylvia Plath van de ene op de andere dag weer vol met een heleboel van de vlezige vruchten die niet zo lang geleden overrijp leken en vallensklaar, of die al lang op de grijsbetonnen vloerplaat waren neergesmakt, geplet en vertrappeld en vergeten. Die vijgenboom weerom, net nog de verzinnebeelding van een leven in halfopen, trillende handen. Ach en ik prees me toen al gelukkig dat mijn aangeboren gevoel voor dramatiek en melancholie me niet had teleurgesteld op de momenten die zoveel zouden betekenen.

Niet dat het allemaal kommer en kwel was. Niet dat het nu allemaal scheetjes van rozengeur en maneschijn zullen zijn, ik had trouwens nooit eerder last van fotogene flatulentie, maar ik kijk er met grote verwachtingen naar uit. Eens ironie en sarcasme moeten wijken voor pipi- en kakahumor wordt het duidelijk dat blijmoedigheid de ondergang zal zijn van het niveau van de woordelijke baksels die op deze digitale pagina's te kijk staan voor de verzamelde wereldbevolking. De trouwe lezer (en dan spreken we toch al snel over twee à drie sympathieke heerschappen en vrouwspersonen) zal zijn verwensingen sneller bedenken dan tong en stembanden ze kunnen kakelen en we mogen ervan uitgaan dat het streven naar de Nobelprijs voor de Literatuur, of, indien meer passend geacht, de Vrede, nu ook wel kan opgeborgen worden.

Het leven vastgegrepen bij de lurven, en de handen trillen nog steeds, witheet en gretig dit keer. Ik pluk de maanden als zoet vlees, tel de uren in haar ogen. Eventjes maar, in het ogenblik van een mensenleven. Het leven uit een dag, zoals A. F. Th. dat zo mooi verwoordde.

Ik kijk al uit naar morgen. En alle overmorgens die daarop zullen volgen. Als ik nu maar geen immer vrolijke spring-in-'t-veld wordt, 't Vliegend Spaghettimonster verhoede.

Schrijfsel
2 minuten

Eerst verdween ik in de bergen, om daar langs smalle passen en scherpe afdalingen te verdwalen. Ik denk dat ik er wel enkele dagen of drie jaar rondbanjerde, maar ik vond de weg naar Canossa niet en er was niemand waaraan ik het kon vragen, dus ik kon niet om vergeving smeken voor mijn talrijke zonden.

Wat me op de been hield waren de wonderwoorden van Boudewijn de Groot, de troost van Nick Cave, de hoop en glorie van Bruce Springsteen, de stem van Jan De Wilde die als je even niet oplet wel heel hard gaat lijken op die van mijn nonkel Joris. De wonderwoorden van iedereen die ze me wou toefluisteren, eigenlijk.

Noch bestemming noch eindpunt kende ik, die had ik op dat moment wel opgegeven, en doelloos bewoog ik bijgevolg mijn benen in de richting van de zon. Die speelde spelletjes met mij en ik draafde grote spiralen over een landschap dat mindere scribenten zouden omschrijven als onvergeeflijk. Ik wil maar zeggen dat zelfs het weinige geboomte daar het voorbijgaan van z'n schijnbestaan troosteloos stond te verbijten en het laatste overlevende gedierte de biezen aan het pakken was voor de lange trek beterwaarts.

Ik wachtte op niets, dus er kwam niets. Geen paus waarvoor ik me kon prosterneren, geen feeëriek droombeeld waarom ik stille tranen kon plengen. Cel voor cel werd ik van binnen naar buiten uitgebeiteld en met elke slag werd mijn tred lichter, met elke sprong reikte ik iets dichter tot dat grote oog aan de hemel dat me nergens heen leidde.

Dat was eerst. Later vond ik het nu terug. Plotsklaps ging dat. Geen schepen in de nacht maar zachte ogen en een lach waar Yevgueni wellicht nog een lied zal over schrijven. Dit bergpad in het nu is een tragel langs het water en een paradox. Dit pad leidt naar ergens, en wat kun je nu nog meer verwachten van zo'n pad.

Schrijfsel
3 minuten

In de straat was vroeger geen ongezellig Chinees restaurant waar de dim sum helverlicht wordt door TL-lampen en afhalen dus het codewoord is. Wanneer ik er nu voorbij wandel bekijk ik soms de mensen die aan zo'n tafeltje naast het raam zitten, ze kijken mekaar nooit in de ogen, maar staren voorbijgangers aan met een blik die smeekt om verlossing.

Vroeger was er een muurtje, wit gekalkt. De bovenkant was met zwarte tegeltjes afgewerkt. Achter die muur vermoedde ik een exotisch paradijs dat in mijn geest de proporties aannam van een wereldwonder als Babylons hangende tuinen, een eindeloos landgoed waar mijn jeugdige fantasie plaats vond voor een statig slot, compleet met slotgracht en voornoemde gaard.. In de zomer barstte de groene weelde in die tuin uit zijn voegen, en verschillende fruitbomen verloren hun gouden en oranje vruchten aan de straatzijde, aan de vertrouwde kant.

In mijn herinnering passeerde ik er iedere dag en verbaasde ik me over de glimpen die wij als niet-ingewijden te zien krijgen van dat bevroede paradijs. Met de jaargetijden drongen zich fotogenieke herfsttaferelen op, winterse schilderijtjes. Beelden die niet zouden misstaan op een doek van een impressionist met een voorliefde voor negorijen waar vroeger alles beter was.

Nu staat er dus op dat onafzienbaar uitgestrekte domein een enkele eettent, daarboven bevinden zich wellicht enige appartementen, of leefruimtes van de uitbaters waar zij zichzelf vooraleer hun shift begint zwijgend in de spiegel aanschouwen, zich afvragend waar de jaren heen zijn en hoe zij in godsnaam op de hoek van die straat in dat dorp terecht gekomen zijn. Of misschien wel vol vreugde, want beneden staat de gelukskat al vrolijk te zwaaien naar een rij klanten die hun lijstjes met nummers nog eens nakijken. 

Ik bedenk hoeveel van deze gecomponeerde herinnering later geconstrueerd werd, en op welke leeftijd dan wel. Wanneer en waarom voelde ik de nood aan dit verhaal en deze beelden, de geuren die erbij horen. Wee en zoet in de zomers, en die waren toen toch helemaal niet zo nat als nu. Wee en zoet en zwaar was de lucht dan, warm en zonder einde waren de vakanties waarin ik zonder erbij na te denken die afscheiding voorbijliep, mijn hand over dat muurtje liet glijden, de overrijpe en al bijna rotte vruchten probeerde te vermijden. Er waren spijlen ook, hekwerk van gewrongen ijzer die als onheilspellende kromme vingers naar de nachthemel wezen als het al laat werd en het donker zich als een deken genesteld had over het dorp.

Hoe kort het heden nodig heeft om geschiedenis te worden, hoe snel die geschiedenis antiek lijkt en verloren raakt in de benevelde krochten van het menselijke brein, hoe dat de herinneringen vervormd en verdund opbraakt om het eigene nog iets te gunnen, vormeloze, vage schijnkennis, doekjes voor het bloeden. En wij ons maar laven.

Schrijfsel
2 minuten

Het is het soort van landschap waar men mannen van staal boetseert, die met een verbeten trek om de lippen naar de einder turen wijl ze het onderhavige beschouwen en het ros een bemoedigend klopje in de hals schenken. Woorden klinken er weids en monumentaal vooraleer ze pompeus worden want dat vraagt dit uitgestrekte land. 

Een paarsblauw wolkenveld kleurt de kimme die allengs meer vuur spuwt. Het eindigende zonlicht dags overschouwt een grasvlakte, spaarzaam gekruid en eindeloos, eindeloos voor de geest. Misschien draaft er een kudde wilde paarden, nog te ver om te kunnen zien, maar het snoeven en briesen, het ritmische geklop van hoef op prairie draagt ver hier.

En dan zie je hem. Hij staat daar desolaat, te staren, met die verbeten trek om de lippen, weet je nog, alsof hij aan het besluiten is wat hij met je zal doen en dat het antwoord je niet zal bevallen. 

Hij begint te zingen. Zo breekbaar en stil klinkt het, een beetje hees en een beetje vermoeid nog. Sterker nu, en luider. Nog een stem en nog een, hij is niet alleen zie je, er staan er wel vijf nu en ze zingen als een gebalde vuist. Nee, geen vijf, ze zijn met tien, twintig, honderd wel, duizend nu, tienduizend stemmen. Vrouwen en mannen, gehard en gepokt, taai en onbuigzaam. Ze zingen als een sloopkogel in volle vaart en alle lucht wordt uit je longen geperst tot je gierend en schurend ademend met je hoofd naar het zwerk gericht ligt.

Even wordt alles stil. Dan, als een echo bijna.

And hard times come and hard times go and
Hard times come and hard times go and
Hard times come and hard times go and
Hard times come and hard times go and
Hard times come and hard times go
Yeah, just to come again

Hij staat er weer alleen, met een lachende trek om de lippen, hij kijkt je aan en je ademt terug vrijer. Je recht je rug en wandelt in zijn richting. Als je staat waar hij stond is van de man niets meer te bekennen. Een lachende trek speelt om je lippen wanneer je de zonsondergang tegemoet struint, begeleid door dat aloude riedeltje van de poor lonesome cowboy. Een lachende trek speelt om je lippen wanneer je je hoofd achterover mikt en de laatste zonnestralen je voorhoofd kussen.

Schrijfsel
2 minuten

Alles doet zeer, mijn pens is niet meer dat schattige buikje van weleer en dus werp ik met een lichte wanhoop dit logge lijf in de plaatselijke zwemkuip, ook omdat ik onder dit bestaan nog een leven vermoed. Een leven voor later weliswaar, volgend weekend bijvoorbeeld. Dan zal het gaan gebeuren, het kan haast niet anders. 

De chloor werkt zich de eerste keer al bijtend een weg door mijn netvlies dus schaf ik me een duikbril aan van het merk Speedo, het enige merk dat ik kan bedenken dat zich in die nobele branche heeft vastgebeten. Het merk dat vroeger steevast onze zwemslipjes leverde, toen we als een bende ongeregelde jonge garnalen onze eerste slagen sloegen en brevetten per lopende meter verdienden. In het water, veilig bebrild nu, dansen talloze schilfers en een baaierd aan stukjes mens (huid, korstjes van wondes, beenhaar, schaamhaar) me tegemoet.

De banen zijn krap uitgemeten, af en toe raak ik een hiel aan, of de vingertoppen van een tegenligger uit de belendende laan. Even zijn we verbonden in het moment, ik vraag me af wat er dan in dat hoofd omgaat. Voor de geroutineerde dobber registreert dit wellicht amper en ik zit alweer in mijn cadans.

Stug trekt de oude dame in baan twee zich in beweging, ze zal nog steeds hardnekkig baantjes aan het trekken zijn als ik me alweer het bad uit sleur om in een te hete douche de chemicaliën van me af te spoelen.

Het is haar verjaardag morgen. Ik kan er niets moois meer over schrijven, de woorden voelen elk jaar een beetje vreemder. Over het zwemmen dan maar. En bij elke slag denk ik: was je maar hier, in het water. Was je maar bij mij in dit water en ik zie enkel je glimlach nog als ik aan je denk.

Schrijfsel
25 minuten

Over de plas maken twee oude knarren zich op voor een duel waar niemand (behalve enkele gekken van het alt slagje) echt enthousiast van wordt. Op een zucht van de rust van de eeuwige jachtvelden stellen zij de Amerikanen, en daarmede de onwillende wereld, voor een keuze tussen een opgeblazen bullebak die je enkel maar een zeer hardnekkige neuralgie kan toewensen en een niet veel meer bejaarde grijsaard die zoon en boodschap maar niet verkocht krijgt, al zou dat tweede eigenlijk niet zo'n groot probleem mogen zijn. Er is uiteraard maar één keuze in dit vraagstuk dat er geen is. Laat ons de hoop koesteren dat onze vrijheidsminnende overburen dat ook zo zien in november.

Let's party

Aan deze kant van de Atlantische Oceaan wordt het minstens even spannend. De Vlaamse leeuwen, zwart- en roodgeklauwd in een almaar minder te ontwarren kluwen, buitelen brullend om en over elkaar heen. Het Vlaams Belang is, ondanks de jarenlange campagne van Tom Van Grieken om zijns salonfähigkeit te bevorderen, nog even abject als steeds, nog even laag-bij-de-gronds en xenofoob als toen ze nog als 'het Blok' opkwamen. Velen laten zich niettemin jammerlijk vangen door holle slogans en beloftes die met simpele cijfers en feiten te weerleggen zijn. Die laatsten zijn dan ook fake news en als je maar lang genoeg je oren toestopt hoef je helemaal niets meer te horen dat niet in je enge sleufje wereldbeeld past. Chinese invloed, vriendjes met Poetin en Assad, verstrengelingen met extreme, identitaire bewegingen doorheen Europa, idiotieën als de omvolkingstheorie waarvan men - bewaar ons Here - tegenwoordig meent dat ze een serieuze discussie verdienen, het Belang heeft het allemaal. Het Vlaams Belang wil, net zoals verschillende andere nationalistische en identitaire partijen en stromingen doorheen heel Europa, de democratie afbreken, in naam van de democratie. Filip Dewinter geeft trouwens nog altijd ranzige interviews.

De tegenovergestelde zijde van het politieke spectrum (al is dat op sommige debatfiches amper te merken) maakt een evenmin erg verkwikkelijke indruk. Hoewel moreel altijd verkiesbaar boven hun uiterste/extreme (schrap wat niet past) polaire opponenten mogen we hopen dat ook de dieprode glans van populistisch links niet al te ver oprukt. Roepen, dat kunnen ze, verontwaardiging voelt voor hen even natuurlijk als ademen. De schuld ligt deze keer niet bij de vreemdeling, maar bij de graaiende elite en alles wat ook maar naar een niet drie keer omgedraaide euro geurt. Je moet hen één iets nageven, ze zijn behoorlijk consequent in hun houding ten aanzien van hun salaris, parlementairen leveren een deel van hun wedde in en gemeenteraadsleden voor PVDA dragen zitpenningen af. Je kan je meteen ook de vraag stellen of dat de maatschappij of de partij dient. Met Raoul Hedebouw hebben ze een goedgemutste en behoorlijk populaire kopman kunnen strikken, tweetalig en aan beide kanten van de taalgrens ook nog eens bekend en gemind, komt dat tegen. Hun argumenten zijn evenwel amper aan te horen, want meestal zijn er geen, de rekeningen die ze zo graag willen presenteren kloppen vaak niet, en missen ten minste elk spoor van context en nuance. Geen staat kan betalen wat zij beloven en zelf hebben ze de berekening nooit durven maken. En wordt het nu niet echt eens tijd om af te rekenen met het sluimerende, kwalijke verleden en ondubbelzinnig afstand te doen van om onverklaarbare redenen nog steeds vergoelijkte communistische massamoordenaars?

Toch maar een ruk naar rechts dan? Of was het flinks? Onder Conner Rousseau peilde Vooruit weer eens respectabel, daarvoor hoefden ze enkel maar al hun principes overboord te zetten, hadden ze het maar vroeger geweten! Toen King Connah na een avondje doorzakken toch even te expliciet liet blijken waar zijn diepste gedachtekrochten van doordrongen waren (al was dat toch al eeuwig duidelijk voor iedereen die het wilde zien, voor iedereen die al eens een geschrift van zijn hand had gelezen) konden zelfs zijn vurigste apologeten niet meer voorkomen dat hij de laan uit werd gebonjourd. Of toch zelf besefte dat hij het wat te gortig had gemaakt. Ondertussen maakte hij alweer een bescheiden comeback als lijstduwer. Onbegrijpelijk. Het spook van Conner Rousseau (je wordt dan begiftigd met zo'n achternaam), waart door de holle gangen van het partijbureau waar Melissa Depraetere nog iets van de inboedel probeert te redden. Echter heeft zij geen verhaal meer, dat werd door haar voorganger vakkundig de vuilnisbak in gekieperd. Frank Vandenbroucke maakte een degelijke beurt en hield het hoofd meestal koel in een tijd waarin dat - laat ons dat niet licht vergeten - niet vanzelfsprekend was. Hij werd niet verkozen, maar ook daar moeten we duidelijk in zijn: dat is geen ondemocratisch symptoom van een frauduleuze overheid, wel een perfect legitieme keuze van een legaal verkozen parlement, enkel zou dat veel beter zijn best moeten doen om zo'n keuzes te verantwoorden, uit te leggen en te verdedigen.

Klassiek tegenover de socialisten spartelt de Open Vld, in sommige peilingen nog net niet binnen het zicht van de kiesdrempel. Dat is jammer voor een partij die al bij al een poging gedaan heeft om het land door enkele opeenvolgende crisissen te loodsen en daarin niet eens zo slecht in is geslaagd. Het rapport blijft zwak, toegegeven, maar lange tijd waren de Vlaamse liberalen een van de constructievere elementen in de bonte Vivaldi-coalitie. Dat kon je van hun Waalse collega's niet zeggen. Georges-Louis Bouchez is waarschijnlijk een van de meest schadelijke politici die de voorbije regeerperiode gekenmerkt hebben. Een luis in de pels is een vriendelijke term voor de afbreuk die hij heeft veroorzaakt. Niettemin, Alexander De Croo had de grootste moeite om zijn regering bijeen te houden en bereikte ondanks verdienstelijke pogingen vooral heel veel niet. Waar de Vlaamse regering in deze legislatuur vooral problemen op de korte termijn en voor bepaalde duidelijk omlijnde groepen creëerde, werd er federaal veel te weinig beslist en werden de problemen daardoor op de lange baan geschoven, maar ook die rekening moet ooit betaald. Dit alles zorgt voor rare kronkels, De Croo schiet in campagnemodus en vindt het nodig om even 'op pauze te drukken' wat betreft klimaat, hoe haal je het in je hoofd. Dan was er nog de beschamende stoelendans en de kliekenoorlog die eigen is aan de liberalen, iets met plassen tegen een combi, Sihame El Kaouakibi, en nog meer van zulks ongein. Lydia Peeters bracht met haar hervorming van het openbaar vervoer, dat ook in Vlaanderen al jaren op apegapen ligt, verre van een positief verhaal. Wel was er geld voor een premie van 5000 euro op elektrische wagens die tot 40.000 euro (inclusief btw) mochten kosten. Wie zich afvraagt hoe de boterham zonder choco van morgen te betalen juicht zich een hernia bij het nieuws dat die nieuwe wagen er dan toch wel van af kan! Wie weet kan Tom Ongena een beetje rust brengen, al is een van de eerste voorstellen uit zijn koker om het aantal opvangplaatsen voor asielzoekers drastisch te beperken, alsof er nu al niet dagelijks mensonterende taferelen te zien zijn. Een schande is het, voor een land dat van zichzelf nog steeds vermoedt dat het verlicht de 18de eeuw is doorgekomen. Dat is trouwens ook de eeuw waarin de ontwerpen van onze gevangenissen werden getekend. Van Quickenbornes beleid begon vanuit een verstandige optiek, eindigde dramatisch en ooit zullen de stakingen wel eens ophouden zodat de schade binnen kan worden opgemeten.

Een dwangmatige profileringsdrang en een zwak verhaal maken van Sammy Mahdi zowat de antipode van zijn grote politieke held Jean-Luc Dehaene. Hij ondergraaft het vertrouwen in justitie en onze rechtsstaat met opportunistische stemmingsmakerij (denk aan Reuzegom en de onder de naam Acid bekend staande, Koeterwaals brabbelende youtuber), noemt Alkibiades als beste boek voor 2023, maar heeft het ofwel niet gelezen ofwel niet begrepen want doet en propageert net datgene waartegen Pfeijffer waarschuwt, en vond het net zoals een hele schare politici (weze onder andere Conner Rousseau als zingend konijn, Bart De Wever als murmelende panda) die hem vooraf gingen nodig om als dragqueen de grenzen van het politieke fatsoen op te zoeken. Zo'n stunts gaan nooit om betrokkenheid bij een bepaalde kwestie (zegge Mahdi), een leuke invulling van vrije tijd (zegge Rousseau) of zomaar om te lachen (zegge BDW), platte berekening is het dan weer wel. CD&V had een verdienstelijke minister in Vincent Van Peteghem, jammer genoeg werd de broodnodige fiscale hervorming die door hem was voorbereid hem niet gegund. De christendemocraten vonden wel de tijd om zelf ook enkele dossiers te blokkeren, zoals op Vlaams niveau het stikstofdossier. Zij hebben de voorbije jaren, decennia, zelf het probleem voor een goed deel mee veroorzaakt en willen nu vooral geen deel van de oplossing zijn, die des te pijnlijker gemaakt is door het eigen beleid. Aan hun (ook hier kijk ik al snel naar jou, Sammy) kwalijke en af en toe zelfs platvloerse rol in ethische debatten zoals dat over de abortuswetgeving of de euthanasiewetgeving wil ik niet eens verdere woorden vuil maken. Nicole de Moor liet ontelbare mensen op straat slapen, in een land als België, als christendemocrate. België werd er duizenden malen voor veroordeeld en laat het duidelijk zijn, dit was niet nodig, maar een politieke keuze.

Het hadden de jaren van klimaatbewust(er) beleid kunnen, moeten worden. De volgende jaren moeten dat nog steeds. Al te lang hielden en vaak nog houden de groenen vast aan een dogmatische, blinde en irrationele starheid in verschillende dossiers. Of het nu gaat over ggo's, die niet enkel levensnoodzakelijk zijn voor boeren in het globale zuiden maar ook ontelbare kinderen in Azië en Afrika of kernenergie, dat een onmisbare rol zal moeten spelen in de overgang naar een klimaatneutrale of zelfs klimaatpositieve energievoorziening, sommige standpunten die Groen inneemt zijn nadelig voor een verstandig klimaatbeleid. Tinne Van der Straeten kreeg, toegegeven, een lastig dossier op een moeilijk moment. Jammerlijk blunderde ze van de ene verspreking in de andere onhoudbare belofte. Je verwacht beter van een partij die volledig rond het betreffende thema is gebouwd. We hebben zo'n partij nodig, we hebben een groene stem nodig met invloed en autoriteit, want het gaat nog steeds te traag. Elke partij heeft vandaag wel iets te zeggen over klimaatbeleid, maar vaak zonder bekommernis om de mensen die zich net en ver buiten de almachtige middenklasse spartelen, of om de historische verantwoordelijkheid die we dragen in Europa. Groen is een van de weinige partijen met een potentieel echt en sprekend verhaal maar ze zijn er de laatste jaren amper in geslaagd om dat overtuigend te vertellen. Op ethisch vlak en als het gaat over politieke vernieuwing zouden zij ook een positieve bijdrage kunnen maken. Petra De Sutter viel in dat opzicht in goede zin op, haar portefeuille was evenwel te licht om echt grote veranderingen te kunnen bewerkstelligen. Het co-voorzitterschap van Nadja Naji en Jeremie Vaneeckhout is een gemengd succes, waarbij de eerste de laatste maanden almaar meer lijkt te schitteren in haar onzichtbaarheid. 

Ook de Vlaamse Calimero kan op dit volksfeestje niet ontbreken. De N-VA van Bart De Wever draait al twee decennia mee in de ivoren (mea culpa, Bart) torens van de macht. Op het Vlaamse niveau leveren ze sinds 2014 de minister-president. Federaal is het belangrijkste wapenfeit het lichtzinnig laten vallen van de regering Michel I over het niet bindende VN-Marrakeshpact. In Vlaanderen kregen ze de begroting min of meer op orde, dat moet je hen nageven. Al haalden ze daarvoor wel een zeer vuige borstel door alles wat maar een beetje naar sociaal beleid ruikt. Samen met enkele bevoegde Vld-ministers losten ze het probleem van verschillende wachtlijsten (sociale woningen, kinderopvang, zorg) gemakkelijk op door allerlei voorwaarden en voorrangsregels in te voeren, waardoor in het algemeen mensen met minder kansen, minder middelen en minder tijd achteraan de wachtlijst terecht kwamen, of zelfs pardoes van de lijst gezwierd werden. Een toemaatje, N-VA zou nu zelfs graag het principe van de omgekeerde bewijslast willen invoeren voor fraude met sociale woningen, zo zijn we meteen verlost van het algemene rechtsprincipe, tevens artikel 11 van de universele verklaring van de rechten van de mens: 'onschuldig tot het tegendeel bewezen is'. Handig! Opnieuw, waar de federale regering blonk in passiviteit hield de Vlaamse regering onder impuls van onder andere de N-VA de vinger op de knip en de uitgaven onder controle. Desondanks kan je dit beleid moeilijk verdedigen tegenover zij die opnieuw uit de boot vallen, tegenover zij die altijd opnieuw uit de boot vallen. Zijn obsessie met een Vlaamse meerderheid binnen de federale regering (inclusief de benepen knevelarij dat hij anders wel 'gedwongen' zou zijn om met Vlaams Belang een Vlaamse regering op poten te zetten) heeft goed beschouwd niet veel meer om het lijf dan een stille scheet in een goedkope fles wodka. Goeie kans dat BDW de regeringsvorming opnieuw lang laat aanslepen ('ik wou het nochtans echt niet') en dat N-VA minstens lokaal en wie weet zelfs Vlaams met de donkerbruintjes in hetzelfde bed belandt ('maar ik wou het nochtans echt echt niet'), aangezien Bart zijn Vlaamsgezinde rivalen toch echt mee groot heeft gemaakt. Graag meer Zuhal, graag minder Theo in deze partij. Het lijkt de andere kant op te gaan, Jambon ziet bijkans geen verschil meer tussen N-VA en het VB, en op het wensenlijstje voor de Sint pronkt nog een juridisch onmogelijke en ethisch verachtelijke migratiestop.

Zoals telkens zijn er ook enkele (relatieve) nieuwkomers die het gevecht met de kiesdrempel zullen aangaan op verschillende beleidsniveaus. Op het Europese niveau vinden we het sociaal-liberale Volt, dat als voornaamste agendapunt een sterkere Europese samenwerking naar voor schuift. Geen onredelijk beginsel voor een partij in de wereld van vandaag en een interessant programma, wie weet kunnen zij verrassen en een onafhankelijke, positieve stem vormen in het Europese parlement. Dichter bij ons hoopt Els Ampe op een revival onder de onooglijke naam 'Voor U', met 12 standpunten en wie weet haalt ze wel evenveel stemmen. Er is ook Agora, die de senaat wil omvormen tot een burgerparlement waarin gelote burgers kunnen gaan zetelen, zij komen op in Brussel, Namen en Waals-Brabant. Bonne chance en een interessant idee, al zien zij wellicht enkel maar de schone kanten van David Van Reybroucks burgerpanels die, hoe goed bedoeld ook, inherente democratische mankementen vertonen. Na Nederland wil een boerenpartij met de naam BBB ook België veroveren. Net na de uitgebreide chaos en protesten van, voor, door, om landbouwers en vaak gegronde grieven (even vaak op een onevenredig belastende wijze geuit) hebben zij hier misschien een goed moment voor uitgekozen, misschien ook niet. Een interessante propositie komt vanuit het kamp van Blanco. Zij beloven voor elk veroverd zitje hun stem te onthouden tot blanco stemmen ook lege zetels in het parlement betekenen. Daar zit iets in. In Brussel is er dan nog het initiatief van Dyab Abou Jahjah met als enige punt de erkenning van de genocide in Gaza. Eerdere plannen van Torfs en Abou Jahjah zijn ondertussen wel van de baan, zo lijkt. Lokaal dan nog enkele curiositeiten: Jonathan Holslag komt met 'Durf' in Tienen en Dedecker junior probeert het met zijn 'Gezond Verstand' aan de kust. Wie weet trouwens wat er is gebeurd met de Piratenpartij?

Verschuivingen

In Europa is het Hongarije van Viktor Orbán (sinds 2010 onafgebroken aan de macht) al lang niet het enige land meer dat onder een bewind van een radicaal-rechtse, en in sommige gevallen extreem-rechtse regering langzamerhand een steeds meer uitgeholde rechtsstaat kent, waarbij minderheidsgroepen geviseerd worden, waarbij in naam van de democratie datzelfde staatsbestel tot een morsig, uitgewrongen vodje verwordt. In Italië gebeurt hetzelfde onder leiding van Giorgia Meloni, populairder dan ooit, terwijl ze op even slinkse wijze voor een groot deel van de bevolking onzichtbare maatregelen doorvoert, onzichtbaar behalve voor zij die gemarginaliseerd worden en terzijde de maatschappij geschoven worden. In Finland regeert Finns (vroeger de Ware Finnen) mee als volwaardig lid van de regering, in Zweden levert de radicaal-rechtse partij Zweden-Democraten gedoogsteun. Het fabeltje dat je populistische partijen maar even moet laten meebesturen, zodat ze daarna genadeloos afgestraft kunnen worden in de daaropvolgende verkiezingen is al lang onwaar bewezen. Het gebeurde nochtans wel in Oostenrijk, waar Jörg Haider met zijn FPO al jaren niet meer in een kabinet geraakt, ook in Estland is EESTI ondertussen terug in de oppositie beland. Te Denemarken, waar Conner Rousseau nogal veel flinkse inspiratie haalde, leverde de Deense Volkspartij ook gedoogsteun, maar die verloor het overwicht aan de huidige centrumlinkse coalitie. De Denen smaken het flinkse verhaal blijkbaar wel, in Vlaanderen helpt het nochtans geen snars bij het tegengaan van het extreem-rechtse succes, daarenboven verschraalt het het socialistische verhaal. We hadden de verkiezingsoverwinning van Wilders' PVV en grote winsten in verschillende peilingen voor het Vlaams Belang bij ons, het AfD in Duitsland en Rassemblement National in Frankrijk.

In andere landen krijgen radicaal-rechtse partijen klappen, denk maar aan Vox in Spanje (al besturen zij wel nog hier en daar lokaal mee), en in verschillende landen stond er zelfs geen enkele radicaal-rechtse partij op het verkiezingsbiljet, zoals in Noorwegen, Zwitserland, Ierland en Ijsland. PiS in Polen won nipt de verkiezingen, maar kon geen coalitie vormen en is daardoor aangewezen op een oppositiekuur. Hoe bestendig die zal zijn moet nog blijken. Daar gingen de vrije media eveneens op de schop en kregen verschillende minderheidsgroepen (migranten, vluchtelingen, lgbtqi+ personen) te maken met discriminerende wetgeving.

Ook op links verovert het populisme terrein, zij het in veel beperktere mate. Zonet nog in Slowakije, waar sinds enkele dagen de nieuwe president Peter Pellegrini bekend is geworden, die samen met bondgenoot Robert Fico niet vies is van een gezonde portie liefde voor Poetin en zijn eigen autoritaire vorm van nationalisme en neo-imperialisme. Ook hier spelen Europese zorgen over de gezondheid van de rechtsstaat en komen er op termijn wellicht inhoudingen van subsidies. Bij ons ziet ook een partij als PVDA-PTB zijn dividend vergroten, al lijken zij weinig geïnteresseerd in een regeringsdeelname.

Belangrijk op te merken is dat deze radicale partijen, hoezeer ze ook samenhangen in hun afkeer van de rechtsstaat, hun voorliefde voor sterke, autoritaire leiders en hun hang naar simpele oplossingen (die er geen zijn) voor complexe problemen, hoezeer ze op elkaar lijken en naar elkaar toetrekken, ze amper een front kunnen vormen. Ze slagen er niet in om over Europese problemen gezamenlijke standpunten te brengen, ze liggen constant in de clinch met elkaar en zijn zwak wanneer ze als groep naar buiten willen, moeten komen. Het zijn nationalistische partijen, naar binnen gekeerd en de blik versmald, op een moment dat de belangrijke problemen Europees en wereldwijd zijn, het zijn partijen met lokale oplossingen op een moment dat er globale oplossingen nodig zijn. Elk jaar dat zulke partijen aan de macht zijn is een verloren jaar, elk jaar dat het zulke leiders toegestaan wordt de rechtsstaat uit te hollen is een jaar vol slachtoffers en leed, en een volgende regering die daarna hopelijk uit de puinhopen nog iets kan redden, in het beste geval.

Het euroscepticisme viert hoogtij, onder andere onder invloed van een deel van deze radicale partijen. We hebben nochtans niet minder Europa nodig, wel meer, wel beter. Brexit heeft getoond wat de gevolgen kunnen zijn voor een land dat dit niet inziet, ik acht het niet onmogelijk dat Groot-Brittannië binnen dit en een decennium opnieuw lid wordt van de Europese Unie. Er staan nog andere lidstaten te wachten in de Balkan (Noord-Macedonië, Bosnië-Herzegovina, Albanië, Servië, Montenegro), Oekraïne en Moldavië, beide kandidaturen in een hogere versnelling na de Russische agressie, Georgië, even benauwd voor de Russische beer, en Turkije, al ziet het er niet naar uit dat er onder Erdogan ooit nog schot in die zaak komt. Meer lidstaten betekent nog meer stuurloosheid, toch zeker in het huidige systeem, dat hervormd moet worden. Unanimiteit moet worden losgelaten, landbouwsubsidies en de voorwaarden die daaraan gekoppeld zijn moeten herbekeken worden (Oekraïne zou in het huidige systeem een onbetaalbare slokop worden) en sommige stringente begrotingsregels doen vaak meer kwaad dan goed. Een gezond en waakzaam financieel beleid vanuit Europa is een goede zaak, een verstikkende sfeer waarin investeringen in klimaat en sociale voorzieningen, in de toekomst en de economie niet of bijna niet mogelijk zijn is dat niet. Paul de Grauwe heeft het in Vlaams en Belgisch verband over de fetisj van een begroting in balans, maar dat geldt evenzeer op Europees niveau.

Klein, kleiner, kleinst

We kunnen ervoor kiezen om nogmaals wat aan te morrelen middels een nieuwe halfhartige staatshervorming richting het door De Wever gedroomde confederale model, om dan - nogmaals - te eindigen met een nog meer verward kluwen van bevoegdheden federaal en regionaal, en - nogmaals - elfendertig klimaatministers aan te stellen die mekaar gezwind kunnen tegenspreken op congressen die de helft van hun langharige katten kunnen sturen als het weer tijd is om privévliegtuigjes te vergelijken in Davos. Het loopt niet allemaal gesmeerd hier, tussen Noord en Zuid, dat moeten we onder ogen zien. Er is een discrepantie in actieven (al worden de verschillen daar ook gemakkelijk overdreven en de oorzaken genegeerd), er is een discrepantie in het gestel van de begroting (laat ons daar niet het asociale beleid van de Vlaamse regering als voorbeeld nemen, kijk dan liever eens naar het Deense flexicurity-model), en er zijn zo nog voorbeelden (partijdotaties die schandelijk onaangetast blijven om er maar een te noemen). Vanuit Vlaanderen doen we er af en toe ook goed aan om onze geschiedenis te heugen, toen de situatie net even omgekeerd was. En laat ons vooral niet de fout maken van het simpele anti-Waalse verhaal van onze lokaal smaakje nationalisme blindelings voor waar aan te nemen. Enfin, als we zo nodig voor een confederaal model willen gaan, laat ons het dan niet door de enge, kleine bril van de Vlaams-nationalisten bekijken, maar vanuit een Europese blik. Een Europese confederatie naar Zwitsers model, waarin Vlaanderen en Wallonië als eigen regio kunnen bestaan, binnen een supranationaal model. Welke nationalistische beweging heeft nog een reden tot bestaan binnen zo'n structuur? Brussel kunnen we dan meteen loskoppelen als Europese hoofdstedelijke regio, en als we toch bezig zijn maken we komaf met de maandelijkse, vervuilende, kostelijke en vooral compleet nutteloze verhuis naar Straatsburg.

Kleinschaliger kan het provinciale niveau in vraag gesteld worden. Grotendeels onbekend en onbemind, niet goedkoop en bijdragend aan het groeiende, dure kluwen van overheidsniveaus. Er wordt nochtans wel het een en ander aan werk verzet: crisiscoördinatie, beheer van natuurgebieden en waterwegen, provinciedomeinen, wandelpaden, fietsroutes. Ook een en ander in verband met ruimtelijke ordening en werkgelegenheid wordt er geregeld. In de voorbije jaren gingen al een heleboel van de bevoegdheden van de provincies over naar de Vlaamse gemeenschap en de gemeenten. Een deel van de resterende bevoegdheden zou dezelfde tour op kunnen gaan. Daarnaast zijn er al heel wat bovenlokale samenwerkingsverbanden die vaak door elkaar heen lopen en naast elkaar opereren (zoals daar zijn politiezones, afvalintercommunales en hulpverleningszones). Goed een jaar geleden werd hier een eerste stap gezet door Bart Somers, met het invoeren van 15 regio's in Vlaanderen, naast de provincies dus. Het is de bedoeling dat bovenlokale samenwerkingsverbanden op het niveau van de regio worden georganiseerd. Een logische stap, maar de paar overgebleven bevoegdheden van de provincies kunnen we dan best ook wel op dit niveau organiseren, zodat we een niveau dat op dat moment overbodig wordt ook kunnen loslaten. In een verder doorgedreven redenering zou je de regio's, of misschien miniregio's, ook nog kunnen zien als alternatief voor gedwongen fusies, maar dan zijn we wel weer een legislatuur of zeven verder.

De lokale verkiezingen hebben met een primeur te maken: de opkomstplicht vervalt! Natuurlijk was er nooit een echte stemplicht, je moest niet per se stemmen, maar je moest je wel naar het stemhokje begeven. Nu hebben we dus de officiële toestemming om met z'n alles op onze luie krent te blijven bivakkeren terwijl we op de beeldbuis de schamele resultaten van die enkele koene kiezers zien binnenstromen. Het opportunisme steekt in velerlei gehucht reeds de kop op, vreemdsoortige coalities, kartels en lokale lijsten worden voorgesteld alsof ze de enige logische keuze waren. De enige logische keuze om de eigen burgemeester (die nu ook rechtstreeks verkozen wordt) wanhopig te trachten behouden, dat wel. Partijen die elkaar niet konden luchten bakken nu flauwige, zoetige broodjes met elkaar en verkopen ze als het uitverkoren gezonde verstand voor uw eigenste mokum. De lokale partijen weken zich uit alle macht los van hun nationale evenknieën - of toch in woord zij het niet in daad - om maar niet besmet te geraken met de vieze geurtjes van schandaal en opstoot die daaraan verbonden zijn. Er komen plus-partijen, partijen die er enkel voor u zijn, liberale partijen maar met een lokale naam, tsjevenpartijen maar met een lokale naam, Vlaamsgezinde partijen maar met een lokale naam, de Kortrijkse liberalen trekken met aartsrivaal CD&V naar de verkiezingen en verwachten zonder blozen nog enige geloofwaardigheid te behouden. Het vervallen van de opomstplicht brengt ook een nieuwe opdracht voor de lokale politici, al lijken die dat nog niet echt te beseffen. Zij moeten niet alleen de meeste stemmen halen maar er veel meer dan vroeger voor strijden dat mensen echt gaan stemmen en niet gelaten dezelfde starheid van de voorbije legislaturen afwachten vanuit het eigen huis (tot het eens tegenzit). Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 bracht voor heel België 14,1% (meer dan 1,15 miljoen mensen) geen stem uit, dit omdat ze ofwel niet kwamen opdagen, een blanco stem uitbrachten, of ongeldig stemden. Voor Vlaanderen was dit 11%. Benieuwd hoe dit cijfer evolueert met het principe van het stemrecht. Dan ook maar een lokale Blanco-partij oprichten? Verder zal het interessant zijn om de evolutie in de uitgebrachte stemmen op het politieke spectrum te volgen.

Op lokaal niveau stemt men op personen, niet op partijen. Personen die (in de meeste gevallen) ook vrijer zijn om te bepalen op welke manier ze stemmen. Dit is opportuun en het zou niet misstaan om de macht van de partijen ook op nationaal niveau te beperken. De particratie verstikt het overleg, het debat, het voeren van een menselijke politiek. De macht van partijvoorzitters is veel te groot geworden en draagt niet enkel bij tot een klimaat waarin gedreven politici zoals Valerie Van Peel afhaken, maar ondermijnt ook het vertrouwen in het politieke bedrijf. Ze blokkeren overleg, katapulteren compromissen en laten regeringen vallen. Daarenboven moeten ze zich in deze omstandigheden zodanig hard profileren dat dit niet te combineren valt met het voeren van een geloofwaardig beleid.

In juni stemmen we driemaal, in een klap. De moeder aller verkiezingen noemt men dat dan, diezelfde verkiezingen die nog altijd te boek staan als de hoogmis van de democratie. Door verkiezingen van drie niveaus (Vlaams, federaal en Europees) aan elkaar te hangen, onder het mom van de kiezer niet al te veel te willen lastig vallen, gaat veel verloren. De Vlaamse regeringspartijen hoeven zich amper uit te spreken over wat ze op het Vlaamse niveau allemaal hebben uitgespookt, zij sturen het hele verkiezingsverhaal de federale kant uit. Dat is jammer, want er valt wel het een en het ander over te zeggen. Oppositie en meerderheid verwatert en voert een soort schizofrene dans uit waarbij men soms niet eens meer weet welke regering men aanvalt of verdedigt. Europees blijft het al helemaal windstil. Een verarmde campagne, een verarmd debat en een verarming voor de democratie is het gevolg. Na de verkiezingen zal het ene niveau gegijzeld worden om op het andere niveau een lafhartige doorbraak te kunnen forceren, en weerom zitten we mogelijks met een ellenlange regeringsvorming die hierdoor nog extra wordt bemoeilijkt. Er worden in België geen of amper vervroegde verkiezingen uitgeschreven, in tegenstelling tot in vele naburige landen. Het Vlaamse parlement is een legislatuurparlement dat niet vroegtijdig kan ontbonden worden. Op het eerste gezicht niet verkeerd, maar in werkelijkheid lijkt dit alles de structuur van onze democratie niet te stutten, maar eerder tegen te werken.

Cynisme, kritiek en het geloof in de democratie

Een sterke democratie weerstaat de toets van kritiek, een sterke democratie gedijt het best waneer het sterke woord een even sterk weerwoord heeft. Het verguisde Belgische democratisch model van compromissen en eindeloos sakkeren, knorren en sputteren is er een dat vele kiezer tot cynisme verleidt. Uiteraard kan er veel beter. Het gaat soms te traag, en het duurt soms te lang, soms komt er helemaal geen compromis en blijven we ter plaatse trappelen. Dit alles zal altijd te verkiezen zijn boven het door almaar meer gewenste droombeeld van de sterke leider. Je hoeft niet zo heel veel van de geschiedenis af te weten om te begrijpen dat dit op termijn altijd verkeerd gaat. We moeten de democratie dus verdedigen. We moeten het diepe cynisme op een afstand houden, zonder daarbij te vergeten dat onze verkozenen verantwoording moeten afleggen, zonder daarbij te veronachtzamen dat een gezond staatsbestel kritiek en een sterke oppositie in de politiek en de media moet kunnen verdragen. Het muilkorven van de media en de journalistiek is een van de eerste duidelijke tekenen dat het bergaf gaat met het democratisch gehalte in een natie. We zagen het in Hongarije en Polen, we zien het nu gebeuren in Italië.

Ik geloof er nog in, het hele democratische verhaal. Ik zal me dan ook opnieuw uit m'n luie zetel sleuren en gezwind naar de plaatselijke sporthal trekken om daar mijn stem uit te brengen. Groen, blauw, blanco, dat zal de komende campagne hand in hand met de tijd moeten uitmaken. Wat politici zeggen komt niet altijd overeen met wat ze doen, naar beide is het dus uitkijken.

De oude Chinezen wisten het al, een interessant jaar, dat wens je niemand toe. De oude Perzen hielden het op 'ook dit zal voorbijgaan'. Mooier in het Engels deze keer: 'this too shall pass'. Herhaling maakt de waarheid. This too shall pass. This too shall pass. This too shall pass.

Schrijfsel
2 minuten

Ooit pareerde ik teugelloos argument na redenering, zinneloos en ongebonden verkende ik de ommezij van het debat als had ik er het mijne van gemaakt. Ik trad op als advocaat van de duivel en maakte me de regels van het spel eigen zodat ik ze naar believen kon aanpassen. Ooit was ik onbevangen en onbevreesd, ik nam de vlucht vooruit en ik beschouwde het Denken als het dierbaarste goed, nochtans was geen sofisme me te vuig om het laatste woord te kunnen placeren. 

De rede moet aan kracht inboeten, oog in oog met de menselijkheid. De rede heeft zelfs geen bestaansrecht meer op plaatsen als Boetsja, Maghazi en Kfar Aza, Moura. Aan vergeten namen en gruwelen is geen gebrek vandaag, gisteren ook al niet. Zij worden kapot geraisonneerd en sterven na verloop van tijd een stille dood in de publieke opinie. Stil, maar niet in de harten van zij die achterblijven. 

Het lijkt zo klein dan, om telkens weer die diepe duik te nemen in je eigen sores en die daarenboven luidkeels te propageren voor elkeen die nog niet al te zeer is afgestompt door het nieuws van die dag, die nog niet tot apathie werd gebombardeerd door de niet aflatende stroom van wereldwijde ellende. Het voelt zo min aan, je op dat kleinste, bovenste piekje van Mazlov's piramide te begeven en je daar op eenentwintigste eeuwse wijze geheel over te geven aan het ik.

We kunnen het leed van de wereld niet torsen, elk apart en elk te licht bevonden. Dus trachten we het toch, in kleine beetjes. En dan is er nog ruimte, dan is er nog het kiertje, dan is er nog de blik op het eigene, en ik denk dat de zon alweer iets harder licht en warmte straalt dan gisteren, en ik denk dat we het wel halen. Ik denk dat het ooit wel stopt, zo niet morgen dan wel na ons, zo niet door ons, dan toch door zij die het torsen hebben verheven tot een innerlijke kunst, zij waaraan je het niet ziet.

Ik zou wel als een Romeinse senator willen sterven. In zondags pak gestoken, de polsen overgehaald, in een warm bad. Sloom de eeuwigheid tegemoet. Maar wie heeft nog de tijd voor een bad en wiens hart is nog niet te koud geworden om daarvan de schoonheid te willen zien.

Schrijfsel
2 minuten

Om het staren in de zon mogelijk te maken en eindelijk te priemen door de vernielzuchtige zonnevlammen die haar oppervlak vormen en vernielen, door waterstof en helium, het plasma van ons aardse leven, tot in de kern, waar kernfusie alledaags is en helrode vuurbloesem zich ontvouwt in eersterangs origami. Daarin wordt het licht van de mens gemaakt. Daarin ligt al lang het einde van onze planeet besloten. Om naar de zon te kunnen kijken gaf je je ogen op en één seconde zag je het licht en zag je de warmte, één seconde vergat je jezelf en de manieren waarop het leven kleine stukjes van je had afgebroken.

Hiernederwaard slaakte zij een zucht en je wendde je blik af van het zenit, zwarte stipjes dansten nog over je blikveld. Terloops vermeldde ze wat al die tijd al sluimerend je gemoed verziekte. Ze was gelukkiger dan ervoor, dat zag je meteen. Daarom ging ze voor jou verloren. Eigenlijk was ze altijd al verloren voor jou, maar niet in jouw gedachten want die logenstraften het onechte van de verwachting.

Het gevecht tegen de misantropie is eeuwigdurend en bergopwaarts, het niet verworden tot een cynische, verzuurde zak van het verschrompelde soort, van het kleine soort. Zo zijn er al genoeg, of is dat opnieuw die sluimerende mensenhaat die zijn lelijke kop opsteekt?

Je knikte, met een lach. Je sloot je ogen en verzonk in gedachten, blik naar de zon gewend. De warmte overspoelde je gelaat. Ze zei nog iets maar je kon niet zo goed meer horen wat, dus glimlachte je maar weer. O de zon wenkte je zo, de zon wenkte je zo naar haar zachte boezem van helium en waterstof en nooit eindigende verhalen.