Schuim

3 minuten

Nick Cave dondert nog een laatste 'fucking Antwerp' - de onverlaat die hem dat toefluisterde moge branden in die diepste krochten van het subondermaanse - en dan is het afdruipen geblazen van wat de kwaliteitskranten vast een amelioratieve editie zullen dopen van Live is Live, met uitroeptekens nog aan toe, alsof er al niet genoeg bagger in verschijnt over de personificatie van het uitroepteken, de weerhouder der rode kaarten, de grootste loser aller tijden, de Grote Amerikaanse Huilbaby. In de mensenstroom is het best geinig toeven, zolang je geen halt houdt, zolang je je ogen en oren hermetisch gesloten houdt. Dit is natuurlijk een leugen, in geen enkele mensenstroom zou ik ook maar dood willen gevonden worden, maar men is toch op zijn minst geneigd tot verdraagzaamheid ten opzichte van de niet-sterren, zij die geen verdienstelijk optreden zouden vergallen voor ieder en elks ten behoeve van het eigen ego, zoals daar was Benjamin Clementine en zijn eeuwige zoektocht naar een magisch moment. Kan je niet forceren, Benji, kleine guitige dwingeland. 

Nee, tot dan toe eigenlijk best oké, dat hele Antwerpse verhaal. De zee was wellicht een betere locatie, en niet enkel omdat de gemiddelde Antwerpse mens nu eenmaal onuitstaanbaar is (dat is wetenschappelijk bewezen, zoek het op), maar ook omdat aan de zee Oostende ligt, en daar zijn boeken en schrijvers en maakt dat niet van ons allemaal een beter mens? Ook daar zijn trouwens de onduldbaren van karakter, doch de zeebries, het gevoel ligt anders, maakt het eenvoudiger te verduren. Best oké, best te pruimen, genietbaar en dat zonder een druppel bier, ik herken mezelf niet meer. Volgende editie zal ik vast verslingerd raken aan Horchata en wat daar nog meer door mensen - zelfs zij die brillen zonder sterkte dragen horen we niet te ontmenselijken - wordt geschonken aan hippe brouwsels, verkocht als authentiek.

Er was een rij voor wie de bus wou, een rij voor wie wilde fietsen. De rij voor de bus strekte zich uit over honderden meters aan door dranghekkens afgezette stukken plaveisel, maar bewoog gestaag. Enkelingen voelden zich niet genood de richtlijnen te volgen, want waarom zouden zij moeten wachten. Geen alfa's, geen echte mannen, neen, het zijn enkel de grootste kneuzen, kleine jongetjes die geen neen te horen kregen wanneer ze om snoep jengelden, kleine meisjes die zich prinsesjes waanden en nooit aan de schimmen ontsnapten, niet klein meer, maar nog steeds puisten van individuen. Ik maakte me druk, ook dacht ik aan dat lieftallige zinnetje van Frank Zappa: 'Don't fool yourself girl, it's going right up your poop chute', en ik kon me met een sardonische glimlach op de bus begeven.

Thuis liet ik mijn vingers over de ruggen van boek na boek dwalen en stond dan even naar de gesloten gordijnen te kijken die het zicht op mijn tuintje belemmerden. Een hele tijd geleden dat ik nog eens zo zacht sliep.