De laatste nacht op aarde
Overal waar ik kijk hangen vlaggen. Vergeelde Stars and Stripes, tricolores in twaalfendertig variaties, Union Jacks, Palestijnse wimpels met leuzen, Statenvlaggen en zelfs een anachronistische Leeuw en Zon. Ze wapperen daar maar in dezelfde richting alsof dat dan iets betekent en alsof iemand dat dan zou geloven en alsof oude geschiedenis met een nieuwe vlag zomaar zou verdwijnen als een deemsterende herinnering.
En soms is de geschiedenis te groot, te lang geleden, te ver van mij verwijderd (en hoe moeilijk is het trouwens om terug te keren naar de ik-vorm en hoeveel is dan gefingeerd, met andere woorden, hoeveel geef ik bloot van het vuige en ik denk dat ik dat vaak zelf niet meer weet). Dan moet je het toch bij jezelf zoeken, met volle tegenzin welteverstaan. Maar de zon schijnt, en dat is het enige beeld dat overal en altijd juist is. Op dat juiste moment neemt de persoonlijke geschiedenis het stokje over en dan boks ik graag boven mijn niet onaanzienlijke gewicht.
Het voelt kinderlijk eenvoudig, heerlijk comfortabel, puberaal, eeuwig en twee dagen en compleet belachelijk - zulke woorden voor deze tijdmaat. En juist.
Ze is zowaar fantastisch.